Bram breekt in: Confectiekamers voor studenten

Groningen zit vol bijzondere woonvormen: van het Oude RKZ en de ecologische woonbuurt Waterland tot een tehuis voor Chinese ouderen. Wij stuurden Stand van Stad verslaggever Bram Esser naar het Europapark voor een bezoek aan een studentencomplex, naar confectie-architectuurconcept.

Woonvisies kunnen soms op elkaar botsen. Een klassieker is wat dat betreft de botsing tussen Stadjers en studenten. Steeds vaker hoor je de roep om een campus als oplossing voor overlast in wijken rondom de binnenstad. Je lost die problemen niet op door alle studenten massaal buiten de stad te plaatsen. Natuurlijk is het mogelijk dat er wrijving ontstaat tussen verschillende levensfases en woonstijlen, maar de onderhandelingen daartussen maken juist deel uit van een leefbare stad. Samenleven betekent uiteindelijk dat je compromissen moet sluiten.

Jongeren op een goede manier huisvesten is vandaag de dag echter wel een uitdaging. Er valt niet te ontkennen dat projectontwikkelaars en huisjesmelkers soms schaamteloos de beschikbare ruimte vol bouwen en daar dan schandalige huurprijzen voor vragen. Vooral het zogenaamde optoppen van bestaande woningen waar dan weer studenten in worden ondergebracht wordt gezien als een probleem. Het is daarom goed dat er voor studenten betaalbare woonstudio’s komen in grotere complexen aan de rand van het centrum. Ze zijn gestandaardiseerd; what you see is what you get. Je hoeft niets meer te delen en je kunt je focussen op je studie. Architect Carel Weeber maakte al eens de vergelijking tussen architectuur en confectiekleding. Studenten kopen hun kleding bij de goedkope kledingketens en nu krijgen ze ook allemaal een gestandaardiseerde kamer.

Hete Kolen
Een voorbeeld van zo’n studentencomplex, gemaakt volgens het concept van confectie- architectuur, bevindt zich op het Europapark en wordt verhuurd door woningbouwcorporatie Lefier. Ik ga erheen om de sfeer te proeven. De crisis heeft een einde gemaakt aan de torenhoge ambities van dit bedrijventerrein en inmiddels is het een meer hybride plek geworden. Bedrijven, woningen, een stadion, een supermarkt, een bioscoop en restaurants. Je zou kunnen stellen dat door het realiseren van woningbouw de plek als vanzelf bij de stad getrokken wordt. De studenten gelden hier als nieuwe pioniers.

Als ik bij het gebouw aankom, zie ik een jongen in een bruin lederen jack met een bakfiets van Ikea. Hij heet Andreas Kort en is bezig met het uitladen van een laminaatvloer. Ik help hem even. Andreas is rechtstreeks vanuit Den Haag hier komen wonen omdat zijn vriendin in Groningen studeert. Hij gaat zelf misschien ook een studie doen. Hij woont op de vijfde verdieping van de Hete Kolen. Ik moet op de tweede zijn. De lift is nog afgetimmerd met hout en dat laten ze vaak even zo omdat er verhuisd moet worden en dan treden er gemakkelijk beschadigingen op. Een lange gang met links en rechts kamers. Het doet institutioneel aan. Alleen de deurmatten tonen iets van de bewoner die achter de deuren schuilgaat. Hoewel; wat zegt een Jip-en-Janneke-deurmat precies over de persoon die er woont?

Leonie van Vliet, met wie ik heb afgesproken, heeft in elk geval een neutrale deurmat. Ze is in de weer met grote stapels studieboeken als ik binnenkom. Ze studeert rechten en internationale betrekkingen. We drinken thee en Leonie vertelt dat ze actief lid is van de bewonersvereniging. ‘Dat is wel heel leuk, want de opzet van dit gebouw is natuurlijk vrij rechtlijnig. Als je iets van een gemeenschap wil creëren moet je dat wel actief doen. We hebben een facebook-pagina.’

Leonie is tweedejaars. In haar eerste jaar woonde ze in de Korrewegwijk. Ze had een kamer van tien vierkante meter en moest alles delen. Daar werd ze op den duur een beetje flauw van. ‘Eerst denk je dat iemand nog even moet wennen, dat het later beter wordt. Maar als je huisgenoten systematisch het afval niet wegbrengen en als jij dat telkens moet doen, dan is dat best vermoeiend. Hier heb ik een eigen keuken en badkamer en omdat ik een eigen voordeur heb, kan ik huursubsidie aanvragen. Al met al ben ik maar 50 euro per maand duurder uit en ik heb twee keer zoveel ruimte.’

Het Europapark ligt op tien minuten fietsen van het centrum. ‘Gevoelsmatig vinden vrienden het toch vaak te ver weg en vragen ze of ik niet naar hen toe kan komen.’ Ze vindt het prettig dat er een grote supermarkt in de buurt is en ze is ook wel eens naar de bioscoop geweest in de Euroborg. ‘Toch heeft dat geen sfeer. Er zit bijna niemand in de zaal.’

Op haar bed liggen grote kussens. Die heeft haar oma genaaid. ‘In mijn vorige kamer deed mijn bed ook dienst als bank. Je kon nergens anders op zitten.’ Het roept herinneringen op aan mijn eigen studententijd. Ook ik had een bed waar mijn moeder kussens voor had gemaakt. Als je met een meisje op de bank zat, lag je eigenlijk al met haar in bed. Dat was het idee. Hokken in kleine ruimtes heeft ook wel iets romantisch.

‘Veel mensen die hier wonen komen uit de stad Groningen en hebben al een sociaal netwerk,’ zegt Leonie. ‘Voor studenten van buiten is dat anders. Die zullen niet meteen hier gaan wonen, want dan zit je toch wat al te geïsoleerd.’ Van het stadion heeft ze geen last. ‘Ik was hier laatst op zondag, maar je hoort echt helemaal niks. De geluidsisolatie is goed. Ook van de buren hoor je niks, alleen als er door de gang gelopen wordt. Dat merk je wel.’

Dakterras
We gaan even op het dakterras kijken. Onderweg naar boven zie ik een winkelwagentje bij de liften staan. ‘Daar wordt mee door de gangen gescheurd,’ weet Leonie. Het is een geruststellende gedachte; ondanks het institutionele karakter blijft het toch studentenhuisvesting.

Minder dan de helft van het dak is geschikt gemaakt om op te lopen. De rest wordt afgeschermd met een hekwerk. Dat is wat karig. Hier kunnen dus de gezamenlijke feesten worden georganiseerd door de bewonersvereniging. Er zijn terrasmeubels gemaakt die omgebouwd kunnen worden tot grotere tafels. Stopcontacten beloven alvast dat je daar heerlijk kunt werken in de zomer.

‘Zijn er nog andere dingen die de bewonersvereniging moet doen?’
‘We hebben een rekening waar Lefier de twee euro op stort die iedereen moet betalen voor servicekosten. Met dat geld moeten wij de wasmachineruimte beheren.’

Collectief bodemwarmtesysteem
Als we weer binnen zijn, drink ik nog een kopje thee. Leonie heeft het prima voor elkaar. Er is zelfs vloerverwarming. ‘Ja, in de zomer wordt het juist gebruikt om de ruimte te koelen. Dat moeten we ook met de vereniging beslissen. Wanneer de knop wordt omgezet naar omgekeerde vloerverwarming. Hete Kolen is de eerste afnemer van het nieuwe collectieve bodemwarmtesysteem op het Europapark. Via een warmtepompsysteem en een koppeling aan een centraal bronwaternet is het mogelijk om onderling tussen gebouwen energie uit te wisselen.

Kleine Beer
De Kleine Beer heeft net als Hete Kolen, de kleur oranje als huisstijl, zij het wat subtieler. De balkons zijn oranje en in de entreehal zit oranje glas. De gangen van Kleine Beer maken bochten, hebben tussendeuren en de chique uitstraling van een hotel. De appartementen die Nijestee aanbiedt aan min 27-jarigen zijn groter dan die van Hete Kolen. Daartegenover staat dat er geen gemeenschappelijke ruimtes zijn. ‘Doen jullie niks samen?’, vraag ik aan Sjoerd Rumpt die me zijn kamer laat zien. ‘Jawel. Eens per jaar hebben we een barbecue, maar dat doen we op de parkeerplaats. Die wordt nauwelijks gebruikt omdat het betaald parkeren is. Verderop is het gratis, bovendien heeft niemand hier een auto. De parkeerplaats is dus ons dakterras op de begane grond.’

Toch hebben ze ook hier een facebookpagina. ‘Hebben we zelf opgezet en het is best handig. Zoals je nu hoort, gaat er een rookmelder af waarvan de batterijen vervangen moeten worden. Daarover plaats ik even een berichtje op facebook want zo’n piepje kan best lang duren.’

Volkstuin
Sjoerd vertelt over de volkstuin verderop, die geïnitieerd is door Nijestee. ‘Het werkt goed, want er was onderling nauwelijks contact in de buurt en nu hebben ze een gezamenlijke plek om elkaar te ontmoeten.’ Ik vraag hem of hij denkt dat zo’n volkstuin ook kan werken bij het verbeteren van betrekkingen tussen studenten en stadjers. ‘We moeten zo’n tuin niet romantiseren. De een is een jonge vader die na een dag werken toe is aan z’n nachtrust, de ander is een brullende student die zich vol laat gieten met bier. Dat zijn toch wel heel verschillende werelden. Bovendien heeft de overheid bepaald dat dit soort initiatieven van de bewoners zelf moet komen. Dat is de Participatiesamenleving, hè.’

Campus
Sjoerd is een grote voorstander van de campus. ‘De campus is een heel goed idee, niet iedereen heeft zo’n studio als ik. De woekerprijzen zijn voor veel mensen niet meer te betalen.’ Het plan zoals de PvdA het heeft bedacht voor het Zernike-terrein vindt hij echter niet goed omdat ze daar alleen maar internationale studenten voor hebben bedacht. ‘Ik vind niet dat je het zo moet specificeren voor internationale studenten. Je moet dat juist mixen. De internationale studenten komen nou juist naar Nederland om ook iets van het lokale leven mee te krijgen, die moet je niet gaan isoleren op de campus.’

We concluderen dat een campus misschien niet zo gek is omdat je met woon- en leeffuncties nou eenmaal een stad maakt. Zernike is een studiecampus met collegezalen en onderzoekscentra. Het kan geen kwaad om ook daaraan woonfuncties  toe te voegen en er studenten (van alles nationaliteiten) te laten wonen als nieuwe pioniers. Zo krijg je daar ook ‘s avonds meer reuring op straat .