Bram breekt in: Stad als startup

Wie maken eigenlijk de stad? Dat zijn de bewoners natuurlijk. Maar het zijn ook de stedenbouwkundigen en de beleidsmakers die de behoefte van bewoners interpreteren en vertalen. Wat willen die? Vinex-wijken? Dan bouwen we Vinex- wijken en winkelcentra en meubelboulevards. Toch zijn er ook andere, meer genuanceerde behoeften, die wellicht minder grootschalig kunnen worden uitgerold, maar wel van belang zijn voor een diverse stad.

Bovendien valt er wel wat af te dingen op het zogenaamde succes van de buitenwijk. Vaak wordt gedacht dat grootstedelijke problemen (verkeer, criminaliteit) kunnen worden opgelost door elders opnieuw te beginnen. De Vinex-wijk heeft altijd als een stedelijke appendix moeten functioneren en mocht zelf nooit volwassen worden. Ze mochten eigenlijk niks worden, dat was hun kwaliteit. De non-identiteit van een slaapstad.

Het nut van deze nadrukkelijke functiescheiding in wonen, werken en recreëren wordt allang niet meer als onomstotelijke waarheid aangenomen. Als je een stad wilt maken, zul je juist functies moeten mengen. Bovendien staan ideeën over wonen, leven en werken niet stil. Gezinssamenstellingen veranderen en mensen willen niet langer het standaardpakket. Er duiken steeds meer kleinere organisaties op die in tegenstelling tot corporaties en overheden veel specifieker kunnen inzoomen op de woonbehoeften van mensen. Een van die organisaties in Groningen is Rizoem. Ik zoek ze op in de Gelkingestraat en wordt ontvangen door Dick Janssen en Gosé Posthumus.

Het nieuwe bouwen

‘We zijn een Productiehuis,’ zegt Dick. ‘Een stedenbouwkundig productiehuis. We lenen deze term van de televisie- of theaterwereld, omdat het uiteindelijk gaat om het publiek. Hun waardering is voor ons uiteindelijk het enige waar het om draait.’ Gosé valt hem bij: ‘ We hebben er niks aan als wij tevreden zijn, of de gemeente of wie dan ook, maar de bewoner niet.’ Rizoem ontwikkelt soms gebouwen, soms adviseren ze alleen maar en vaak proberen ze verschillende elementen die te maken hebben met wonen, leven en werken aan elkaar te koppelen. De productie die ze leveren is iedere keer weer anders.

‘Vroeger was het natuurlijk veel meer hit and run,’ gaat Dick verder. ‘Een projectontwikkelaar levert iets op en maakt zich uit de voeten. Wij zullen altijd betrokken blijven bij de projecten die we opleveren.’

Rizoem is het type bedrijf dat past in de participatiesamenleving. Veel zaken die traditioneel bij corporaties hoorden en bij de overheid, worden overgeheveld naar de markt. ‘En de markt dat zijn de mensen,’ meldt Gosé . ‘Het is de kunst om te achterhalen wat ze willen en dat is nog niet eens zo eenvoudig of vanzelfsprekend. Iets bijzonders is namelijk heel vaag. Wie werkelijk zo’n traject ingaat om samen iets van de grond te krijgen (zoals Yvonne Geerdink met De Buren doet), zal er veel eigen energie in moeten stoppen. Zeggen wat je wilt is één ding, zeggen wat je niet wilt is nog belangrijker, maar wel hartstikke moeilijk in zo’n groep. Daarom heb je clubjes zoals wij nodig. ‘

Rizoem zit momenteel in zo’n proces op het Europapark. De gemeente had een bepaalde locatie tussen kantoren in gedachten, maar Rizoem dacht dat het betere was om in een andere hoek aan het water te beginnen. Dat zou de start van de ontwikkeling succesrijker maken.

Ze vonden mensen die samen een gebouw willen bewonen met veel gemeenschappelijke ruimtes. Het zijn mensen die elkaar nu nog niet kennen, maar binnenkort buren zijn en een eerste stukje stad gaan vormen op een plek die een paar jaar geleden nog bekend stond als bedrijventerrein. Die bewoners worden allemaal begeleid, want er is nog niks ingevuld. ‘Iedereen denkt dat hij creatief is, maar er zijn maar weinig mensen die zelf gaan tekenen of iets vreemds verzinnen. Het wordt vaak de standaard IKEA-keuken die erin gaat. Wij zijn er ook om dat creatieve proces op te starten en niet meteen voor de makkelijke oplossing te kiezen.’

Rizoem zegt ervan te houden als hun cliënten, de bewoners, een huurovereenkomt met hen aangaan, want juist in zo’n geval is het mogelijk om een langetermijnrelatie te ontwikkelen met een project.

Zandbak

Sinds voormalig wethouder Frank de Vries sterk heeft ingezet op initiatieven van onderaf, worden er overal in de stad stedenbouwkundige experimenten uitgevoerd. Zo ook op het voormalige Suikerunieterrein. Van de gemeente mag Rizoem hier samen met architect Paul van Bussel en adviseur Hein Braaksma (samen ploeg ID 3) invulling aan geven. ‘Dat is nou typisch zo’n plek waar je ook dingen kunt laten mislukken,’ zegt Dick. ’Dat bedoel ik niet negatief want mislukken is juist een groot goed, het betekent namelijk dat je risico’s durft te nemen en iets nieuws wilt uitproberen. Als iets niet kan mislukken, is het eigenlijk ook niet waardevol.’

Gosé zegt dat hij op het terrein het liefst conceptuele types en makers bij elkaar brengt. ‘Vaak zie je dat dingen blijven hangen in een idee, het zou geweldig zijn als zo’n idee ook meteen kan worden gemaakt.’

Bax Bier gaat op het Suikerunieterrein een bierbrouwerij beginnen. Veel van het personeel zal bestaan uit mensen die doorgaans moeite hebben om toegang te krijgen tot de arbeidsmarkt.

AOC Terra, een praktijkopleiding in Groningen, wil de opleiding meer naar buiten brengen. Ook met Terra is Rizoem in gesprek. ‘Als leerlingen moeten oefenen bij het metselen van een muurtje, dan kan dat dan niet meteen in iemands tuin? Hoe faciliteer je dat? Wij willen daarbij helpen,‘ zegt Dick.

ID3 heeft zich ten doel gesteld een prettig verblijfsruimte op het terrein te ontwikkelen. Dat wil niet zeggen dat er een woonwijk moet komen, maar het moet prettig zijn er te vertoeven. Wat is daarvoor nodig? In de eerste plaats moeten er dingen gebeuren. Leven in de brouwerij!

Aardbevingen

Rizoem adviseert de gemeente Loppersum over een schooltje in relatie tot de aardbevingen. ‘Niet dat we per se verstand hebben van aardbevingen,’ zegt Gosé, ‘maar we weten wel waar we de kennis vandaan moeten halen.’

Wederom komt hun rol als productiehuis weer naar voren. Als het over de aardbevingen gaat kun je namelijk kiezen welk ‘stukje’ je opvoert. Veel advocatenkantoren draaien een negatief verhaal af. Hun expertise ligt in de claimcultuur en het schetsen van zwarte scenario’s. Ze waarschuwen dat je vooral niet onder de schoorsteen moet gaan slapen wegens instortingsgevaar.

Je kunt ook proberen de gebeurtenissen te zien als een moment om opnieuw te focussen en te kijken waar het nou eigenlijk om draait in de regio en in het leven. Rizoem wil vooruit kijken en vraagt zich bijvoorbeeld af wat je met het gebied zou kunnen als het gas eenmaal op is. Welke kwaliteiten heb je in huis?

Ik stel voor om de regio weer onder water te zetten en de herenboerderijen als eco-ruïnes te laten vervallen. De heren reageren voorzichtig enthousiast. ‘De denkrichting is goed,’ zegt Gosé,’ je neemt een voorsprong op de zeespiegelstijging en het feit dat landbouwproductie steeds meer richting oost Europa verschuift.’

Woonvisie

Een woonvisie gaat volgens Rizoem helemaal niet specifiek over wonen, maar over de vraag waar je als stad over 15 jaar wilt zijn. Een stad is een magneet die zowel aantrekt als afstoot. Je moet dus goed bepalen wat je wilt aantrekken en wat je wilt afstoten. ‘Als Google zich hier wil vestigen, wil je dat dan wel of niet? En als je dat wilt, dan zul je eraan moeten trekken.’ zegt Dick, ‘Vanuit de woonvisie vinden we dat er meer beweging moet komen op de woningmarkt. Maar ja, dat willen we allemaal wel. De vraag is: hóe ga je het doen?’

De heren hebben er verschillende ideeën over. Het hoeft volgens hen allang niet meer zo zwart/wit te zijn dat je alleen kunt kiezen tussen huren en kopen. Gosé: ‘We denken aan vormen van leasen waarbij mensen toch kapitaal kunnen opbouwen. Je zou je kunnen voorstellen dat mensen projecten ondernemen rondom de woning waardoor de waarde toeneemt. Als mensen investeren in hun omgeving, dan mogen ze ook delen in de waardevermeerdering.’

Zo bereik je de bewoners veel sterker bij het proces van stad maken en wordt iedereen uitgedaagd zich pro-actief op te stellen als (cultureel) ondernemer. Ik moet direct denken aan Alexander en Marije, die ik interviewde voor mijn column Woonruimte voor de marginale krabbelaars, ook te lezen op dit blog. Voor hen zou zoiets interessant kunnen zijn. Marije kan een huiskamerrestaurant beginnen. Het zal haar wat geld kosten, maar ze verkeert in de wetenschap dat ze het geld weer terugkrijgt via de waardevermeerdering van haar huis. En Alexander? Die kan dan als een van zijn typetjes in de bediening werken. Wie weet wordt het ooit nog wat.