Categorie archief: Column

Column: Stadjers, verenigt U!

Als niet-Groninger heeft het mij altijd verrast hoe sterk de mening van de Groninger is als het gaat om de toekomst van haar stad. Zoals er 16 miljoen bondscoaches zijn die het beste voor hebben met het Nederlands elftal, zo zijn er 200 duizend wethouders Stadsontwikkeling die het beste voor hebben met hun stad Groningen. Daarmee zijn er ook circa 200 duizend verschillende inzichten, echter grotendeels met één gemene deler: de liefde voor wat de stad is en vooral was. Hierdoor wordt er vaak met argus-ogen naar verandering gekeken. Past een nieuwe ontwikkeling wel in deze mooie stad of zorgt het voor een verslechtering van het huidige prettige leefmilieu? Groningers houden van hun stad: in een onderzoek van eind 2013 onder 83 Europese steden staan de Stadjers in het bovenste rijtje wat betreft hun tevredenheid over hun stad, samen met Kopenhagen, Aalborg, Hamburg, Zurich en Oslo. Een mooi rijtje om tussen te staan. En wat goed is, wil je behouden. ‘Never change a winning team’, zou de bondscoach zeggen.

Maar niets doen is geen optie. De stad Groningen is niet alleen aantrekkelijk door wat zij reeds is, maar ook door de vernieuwing en innovatie die zij durft aan te gaan.  Het Groninger Museum, dat de stad nationaal én internationaal op de kaart heeft gezet, zou er nooit gekomen zijn zonder een gezonde dosis lef en doorzettingsvermogen. Hetzelfde geldt voor Eurosonic-Noorderslag waar menig Groninger met recht trots op is. De universiteit en hogeschool blijven aantrekkelijk voor grote groepen (internationale) studenten, door continu voorop te willen lopen in haar onderzoek en onderwijs, maar ook in de faciliteiten voor haar studenten, onderzoekers en medewerkers. Uiteraard moeten we zuinig omgaan met de beperkte locaties in de Compacte Stad en moeten we alleen de gewenste veranderingen ruimte geven om zich te manifesteren. En wie weet nu beter wat het beste is voor de stad Groningen dan haar eigen inwoners: de vooruitstrevende Stadjer. Edoch: we hebben net geconstateerd dat er nogal wat verschillende inzichten zijn…Ook op macroniveau zorgen veranderingen voor belangrijke positieve ontwikkelingen. De burger komt weer centraal te staan, in ons specifieke geval eveneens in de stadsontwikkeling. Alle betrokken partijen luisteren weer (vrijwillig dan wel gedwongen) naar degene voor wie de stad uiteindelijk ontwikkeld wordt: de inwoners en ondernemers zelf. Dat betekent ook een nieuwe rol voor die mensen: vanaf de zijlijn roepen bleek een stuk makkelijker dan mee mogen spelen in het veld! De Stadjers kunnen hier, wat betreft de woningmarkt, nog actiever op inspelen: de afgelopen jaren zijn er in Groningen spaarzaam particuliere wooninitiatieven gerealiseerd. Ook ten opzichte van andere steden in Nederland is het zogenaamd (Collectief) Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) in Groningen niet hoog. Juist deze tijd biedt mogelijkheden om als Groninger niet alleen mee te denken over de stad, maar vooral ook mee te doen! Alleen of samen, een particulier initiatief dat ontstaan is om prettig te kunnen leven in de stad, kan toch bijna niet anders zijn dan een verrijking voor het mooie Groningen?

De bal ligt bij u. Welke plekken in Groningen zouden aangepakt moeten worden? Welke kansen ziet u? En in hoeverre kunt u, samen met uw vrienden, buren, tennisteam, biljartvereniging, huisgenoten of mede-Stadjers juist daar uw dromen mogelijk maken? De gemeente staat open om met u de mogelijkheden te onderzoeken. Naar de mensen die ook echt mee willen werken aan de ontwikkeling van de stad wordt ook echt geluisterd. Dat scheelt weer bij het filteren van die 200 duizend meningen…

Stadjers, verenigt u en draag samen bij aan het behoud, maar vooral ook aan de positieve verandering van uw unieke, mooie stad!

Door: Coen-Martijn Hofland
Gebiedsontwikkelaar SITE urban development.

 

 

Column: ‘Het wordt nooit meer zoals het geweest is’

Iets meer dan 40 jaar geleden sprak Joop den Uyl – tijdens de oliecrisis – de legendarische woorden ‘Het wordt nooit meer zoals het geweest is!’ En 35 jaar geleden sloot de gemeente Groningen nog zwembaden vanwege DE energiebesparing. Twee mooie voorbeelden van de urgentie die gevoeld werd op het onderwerp energie.

Tegenwoordig hoor ik vaak zeggen: ‘We moeten energiebesparing sexy maken!’
Ik moet daar altijd erg om lachen, want we kunnen niet van alles een Apple maken. En tegelijkertijd vind ik het treurig. Blijkbaar lukt het ons niet meer om het onderwerp belangrijk te maken. Of beter: belangrijk te vinden.

Ik zit vol met ideeën om energiebesparing met aansprekende projecten, mensen en communicatie beter te kunnen vermarkten in de stad. Maar: ik mis ideeën waarmee we het onderwerp weer echt op de kaart zetten. Wie wel? Laat het me weten! Hier hebben we geen kernramp of aardbevingen voor nodig, toch?

Door: Marco van Dalfsen (KUUB)

lr artist impr pure basic

Column: Home sweet home

‘Home sweet home’ is niet zomaar een kreet. Iedereen kent het prettige gevoel om thuis te komen en zich weer thuis te voelen. Daarin zit wel een nuance. Een huis staat op een plek in een omgeving, en juist die omgeving bepaalt of je je echt prettig voelt. Elk individu kan zijn of haar eigen plek vormgeven. Maar op de dynamiek in de omgeving heb je minder invloed. Dit betekent ook dat over de invulling van de omgeving goed moet worden nagedacht. Op de ene locatie versterkt alleen wonen de identiteit van de plek terwijl de woonfunctie in de binnenstad juist baat kan hebben bij de aanwezigheid van cultuur en onderwijsvoorzieningen. Door het hier van tevoren met elkaar over te hebben, ontstaat een beter beeld van de locaties en kan de consument ook bewust kiezen.

Wonen in de stad moet veel meer dan nu als een economische drager worden gezien. Elke nieuwe bewoner investeert, al is het maar via de dagelijkse boodschappen, en maakt gebruik van diensten en voorzieningen, waaronder ook de openbare ruimte. Ook zijn steeds meer woonconsumenten tevens zelfstandige ondernemers en hebben belang bij een omgeving die daarbij kan faciliteren.

Het huis wordt, niet alleen gedwongen door de verscherpte hypotheekeisen, als een investering gezien. Was het tot een paar jaar geleden nog zo dat het min of meer een automatisme was dat de woningprijzen zouden stijgen, nu is dat niet meer het geval. De consument is dan ook terecht kritisch over zijn woning en woonomgeving. Als gebieds- en vastgoedontwikkelaar snappen we dat, en voordat we tot planontwikkeling overgaan betrekken we actief burgers en consumenten bij het ontwikkelen van leefomgevingen.

Wonen in de stad Groningen is vaak wonen in een dynamische omgeving. De uitdaging is om de kwaliteiten van de stad te combineren met het kwaliteit van leven. Daarbij gaat het niet om meer woningen, het gaat juist om betere woningen die toekomstbestendig zijn. De consument vraagt om kwaliteit en flexibiliteit. De flexibiliteit zit hem in de mogelijkheden om je eigen woning te maken, maar impliceert ook bewegingsruimte, zowel intern als extern. Werken op de laptop in de keuken is net zo gewoon als een eettafel als bureau gebruiken. Van monofunctioneel als multifunctioneel. Het is niet voor niets dat Ikea en VT-wonen zeer succesvol zijn en inspelen op de marktontwikkelingen. Weten wat de klant wil en hiernaar luisteren is dan ook een belangrijke voorwaarde voor een succesvolle woningbouwontwikkeling. De uitdaging bestaat er dan uit om van je klant ambassadeurs te maken.

De consument is op zoek naar balans, niet alleen in zijn/haar leven, maar ook voor zijn/haar woonplek. Je écht thuis voelen. De uitdaging is om een ontspannen sfeer te creëren, zowel in de woning als in de openbare ruimte. Waar Groningen voor staat is om hierin een weg te vinden, waarbij de geschiedenis van een plek in combinatie met de toekomstige functies en nieuwe woontrends een uitdaging vormen.

Zoals de deurmat voor de voordeur en het wonen in de stad moet zijn.

Welkom!

Door: André la Rivière, projectontwikkelaar AM BV

Column: Investeer in het verduurzamen van woningen

De drie belangrijkste criteria bij het zoeken van een woning zijn locatie, locatie en locatie. Iedereen kent ze natuurlijk. Maar het gaat bij ‘wonen’ niet alleen over de juiste woning op de juiste plek. De Woonvisie Groningen zegt het al: het gaat ook over de kwaliteit van de woonomgeving. Over de hoogte van de energierekening. Over behaaglijk wonen zonder je blauw te hoeven betalen voor de energie. We kunnen dus drie criteria aan het rijtje toevoegen: comfort, comfort  en comfort. En dan heb ik het over comfort dat ook op de lange termijn vol te houden is.

Want bij het (nieuw) bouwen of renoveren van woningen is het van groot belang dat we dit ook duurzaam doen. De bebouwde omgeving is immers debet aan een kwart van het energieverbruik in Nederland en 10% van de CO2-uitstoot. De positieve effecten van het reduceren van verbruik of – mooier nog – zelf energie opwekken, zijn evident. En niemand kan er tegen zijn, want je kunt er in één moeite het wooncomfort mee verhogen en de maandelijkse energiekosten mee terugdringen. Het is al lang niet meer zo dat we daar – back-to-the-basics – heel sober voor hoeven te leven. De technologische ontwikkelingen in de bouw maken het nu al mogelijk nul-op-de-meterwoningen (NOM) te maken. Hierdoor is voor een eengezinswoning een maandelijkse besparing van 175 euro op de energierekening te realiseren. Huiseigenaren kunnen ook hun huidige woning tot NOM laten renoveren; vrijwel alleen al van de besparing op energiekosten kan de renovatie worden gefinancierd. Bovendien verwachten wij dat duurzame woningen snel meer (en niet-duurzame woningen minder!) waard zullen worden.

Nieuwbouw wordt conform het Bouwbesluit al op het niveau van energielabel A+++ gebouwd. Een uitstekende ontwikkeling, maar ook en vooral door de bestaande woningvoorraad van voor 1980 te verduurzamen, valt nog een enorm potentieel te verzilveren. De Woonvisie Groningen stelt dat voor het woonbeleid aandacht voor de bestaande stad essentieel is, omdat veruit het overgrote deel van de woningvoorraad die we over 20 jaar zullen hebben er nu al staat. De stad Groningen laat overigens zien dat ze dit onderwerp serieus neemt. Woningcorporaties hebben tussen 2011 en 2013 bijna 5.000 woningen verbeterd. Hierdoor maakten de energielabels van die woningen twee of meer sprongen en beschikt ongeveer 60% van de sociale voorraad nu over label C of beter. Daarnaast is verduurzaming van koopwoningen vanzelfsprekend ook van groot maatschappelijk belang.

Triodos Bank heeft twee jaar geleden de hypotheek voor duurzame woningen geïntroduceerd: hoe beter het energielabel, hoe lager de hypotheekrente. Hiermee krijgen woningeigenaren een sterke financiële prikkel om hun woning te verduurzamen – en bijgevolg om hun energieverbruik en maandelijkse energielasten terug te dringen. Ze ontvangen een maatwerkadvies energiebesparing en een door gecertificeerde energieadviseurs vastgesteld label. Banken hebben met de financieringsmogelijkheden die ze aanbieden een belangrijke sleutel in handen om de woningmarkt daadwerkelijk te verduurzamen, en ik hoop dan ook dat de uiterst effectieve hypotheek voor duurzame woningen brede navolging krijgt.

Maar ook bouwers, ontwikkelaars en gemeenten zouden veel meer kunnen bereiken wanneer ze de handen ineen slaan. Voor energiebesparing in de gebouwde omgeving ontstaat ook steeds verdergaande politieke steun. Zo is in 2013 het Energieakkoord voor Duurzame Groei gesloten, waarin de particuliere woningvoorraad is opgenomen. De overheid heeft in het kader van haar Integrale visie op de woningmarkt dit jaar de ruimte op inkomenstoetsing voor energiebesparende maatregelen verhoogd tot 9.000 euro. Voor een hypotheek voor een nul-op-de-meterwoning mag dit bedrag zelfs worden verhoogd tot 25.000 euro. Hiermee zijn verbeterde condities geschapen voor de particuliere woningmarkt.  Ook gemeenten zouden de verduurzaming van de koopwoningenmarkt verder kunnen stimuleren door bijvoorbeeld de onroerendezaakbelasting te koppelen aan het energielabel.

Door:  Arie Blokland, Triodos bank

Triodos Bank is als ‘pilotbank’ nauw betrokken bij het programma Stroomversnelling voor koopwoningen. Hierbij werken diverse branches samen om nul-op-de-meter (energieneutrale) renovaties ook toegankelijk te maken voor particuliere woningeigenaren. Belangrijk motief voor de bank is dat we af willen van een economie (en dus ook een woningmarkt) die verslaafd is geraakt aan fossiele energie, en toe willen naar een bebouwde omgeving die haar eigen energie weet op te wekken vanuit natuurlijke energiebronnen. In die optiek past het om te kijken naar woonlasten (hypotheek- plus energielasten), en niet louter naar hypotheeklasten. We houden aansluiting bij andere trends op de woningmarkt, zoals collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO’s) en ecobouwprojecten. We zien steeds meer initiatieven waarbij bewoners samen bouwen en gebruik maken van gemeenschappelijke faciliteiten in en om hun woningen. Nieuwe woonvormen en sociale cohesie gaan daarbij hand in hand.

 

3228

Column: Het lijkt de DDR wel!

Wat mij betreft krijgt de woonvisie als naam ‘In Beweging’. Dit is niet alleen een knipoog naar de aardbevingen of de ombouw van de rondweg. Het staat voor de wens dat wij Groningers gemakkelijker moeten kunnen verhuizen. Verhuizen is goed voor geluk; om te gaan wonen daar waar je wilt, in het groen, bij het centrum, of om weg te komen van je nare ex, je lawaaierige buren, of ruimte te hebben voor je kinderen, of vanwege de goede zorg nabij. Verhuizen is goed voor de economie, het maakt dat je gemakkelijker een baan ergens anders kunt accepteren en het is goed voor de omzet van bouwbedrijven, klusmarkten en gordijnenboeren. Maar verhuizen is lastig in Nederland: voor huurwoningen zijn wachtlijsten, voor een koopwoning krijg je geen of te weinig hypotheek. Je nieuwe woning, koop of huur, lijkt ook altijd duurder te zijn dan die in de plaats waar je vandaan komt. Wie kan zelf zijn of haar woning bouwen? Schaarste, distributiemaatregelen, lange wachttijden, weinig kwaliteit voor veel geld, strenge regels, het lijkt hier de DDR wel! Kan dat niet beter?

Pieter Bregman, algemeen directeur/bestuurder Nijestee

Column: Een slimme oudere is op de toekomst voorbereid!

De gemeente Groningen is de ‘jongste’ grote gemeente van het land. De grote aantallen in de stad wonende studenten trekken de gemiddelde leeftijd van ons Stadjers flink omlaag. Maar met 200.000+ inwoners hebben we in absolute aantallen de meeste ouderen en kwetsbaren van Noord- Nederland binnen onze stadsgrenzen wonen. Het overgrote deel van deze groep woont zelfstandig in een eigen (corporatie) woning. Een relatief klein gedeelte woont ‘intramuraal’ in een verzorgings- of verpleegtehuis. Deze tehuizen zullen ook in de toekomst blijven bestaan. Echter alleen voor mensen die echt niet meer zelfstandig thuis kunnen wonen. En de rest van de ouderen dan? Nou, die moeten zelf zorgen voor een geschikte plek om te wonen.

We gaan eigenlijk weer terug naar de tijd van vóór de bejaardenoorden die vanaf de jaren 60 zijn gebouwd. Regie in eigen hand, je eigen (mantel)zorg organiseren en het zo lang mogelijk stellen zonder professionele zorg. Dat is waar we met de participatiemaatschappij naar toe gaan. Een verrijking of een verarming? Dat hangt waarschijnlijk af van individuele situaties. De ontmanteling van de verzorgingsstaat biedt ruimte aan initiatieven. Kleinschalige woon/zorgcomplexen, het wonen in hofjes met mede ‘oude-van-dagen’, mantelzorgwoningen en kangoeroewoningen zijn slechts enkele voorbeelden van manieren waarop we kunnen gaan wonen als alternatief voor de grote verzorgingstehuizen.

Tot de jaren 80 was het heel normaal om je rond je zestigste in te schrijven voor een verzorgingstehuis, om daar vanaf je 65ste terecht te kunnen in een (aanleun)woning. De meesten van ons moeten hier nu niet meer aan denken en we willen graag onze eigen regie behouden en zelfstandig blijven wonen. Dit gaat echter niet zomaar! Ouderdom komt met gebreken. Dus gaan we onze huizen aanpassen aan onze beperkingen, zodat we er prettig kunnen blijven wonen. U bent hier primair zelf verantwoordelijk voor, net als voor de inrichting van de babykamer. De gemeente wil u hierbij ondersteunen, door te informeren, te inspireren en te faciliteren. Denkt u met ons mee?

Erwin Schiphorst

Erwin Schiphorst werkt sinds 2012 bij het Zorg Innovatie Forum (ZIF) als adviseur Business Support. Vanuit deze functie legt hij een link tussen eindgebruikers van innovaties enerzijds en aanbieders van innovatieve producten en kennis anderzijds.

IWCN-25

Column: Wonen en Internationals

Groningen is bezig aan de ontwikkeling van een Woonvisie voor de stad. Daarbij wordt  gedacht aan veel doelgroepen. Wij willen er een doelgroep uitlichten die niet specifiek in de visie wordt genoemd maar wel duidelijk aanwezig is en zeker in de toekomst ook zal zijn; de internationals. De drie noordelijke provincies werken hard aan de internationalisering van de regio om deze aantrekkelijk te maken voor grote internationale bedrijven. De komst van deze bedrijven heeft tot gevolg dat een toenemend aantal internationale kenniswerkers voor deze regio kiest als werk- en woonplek. De stad Groningen speelt daarin een grote rol. Niet alleen vanwege de universiteit, die de laatste jaren een grote groei laat zien in de hoeveelheid buitenlandse studenten en medewerkers. Ook het bedrijfsleven (zowel het grootbedrijf als het MKB) kent een toename van het aantal internationals dat voor een aantal jaren neerstrijkt in en om de stad. Deze doelgroep heeft specifieke woonwensen. Deze willen wij graag wat nader onder de aandacht brengen.

De internationals zijn grofweg onder te verdelen in twee groepen met beide een aantal subgroepen:

1. Internationale studenten

Deze groep wordt naar ons idee te makkelijk gezien en behandeld als de Nederlandse studenten. Zij hebben het echter een stuk lastiger als het aankomt op het zoeken naar huisvesting. Ze zitten vaak nog in het buitenland als ze op zoek gaan naar woonruimte en kunnen niet mee doen aan visitaties. Vaak begrijpen zij de markt niet goed en vallen regelmatig ten prooi aan minder betrouwbare verhuurders. Ze schrijven zich in bij verschillende partijen en reageren op advertenties. Helaas krijgen ze vaak geen enkele respons of begrijpen niet goed hoe een woonruimte wordt aangeboden en wat het tekenen van het huurcontract tot gevolg heeft. Gelukkig is de markt in beweging en zien wij een toename van Engelstalige websites en informatie. Ook het aanbod van kamers en zelfstandige units neemt toe omdat de markt inspeelt op deze groei.

Er is echter nog veel werk te verzetten want een internationale student kent/doorloopt verschillende niveaus/stadia en de woonwensen dan ook verschillend. Er zijn PhD’s die een partner en kind meenemen. Het moge duidelijk zijn dat een kamer met gezamenlijk gebruik van een keuken, douche en wc voor deze doelgroep niet geschikt is. Een woonvisie voor deze groep zal dus moeten voorzien in beter uitgewerkte profielen van de zoekers. Enige aandacht voor hun culturele achtergrond kan deze visie in de toekomst nog verder verfijnen.

2. Internationale werknemers

Deze groep komt naar Groningen om te werken. Ze worden naar de regio gehaald omdat er een tekort is aan specialisten.  Ook deze groep kent een aantal subgroepen. Productiemedewerkers die een aantal maanden in de regio komen werken wegens bijvoorbeeld de bouw van een groot windmolenpark of een datacenter, hebben andere woonwensen dan bijvoorbeeld een gezin waarvan de vader of moeder een aantal jaren of voor onbepaalde tijd voor een bedrijf of kennisinstelling in de regio komt werken en waarbij de (internationale) school bepalend is voor de woonplek. De jonge hoog opgeleide international die aan een eerste baan begint of een jong stel/echtpaar; internationals zijn er in vele soorten en maten. Tijdelijke werkers kunnen met elkaar een woonruimte delen maar voor een gezin of echtpaar is dit niet aan de orde. Kortom, ook hier is het uitwerken van de verschillende profielen een punt van aandacht.

Het kennen van de doelgroepen is bepalend voor de woonvisie omdat het inzage geeft in waar en hoe men in de stad zal willen wonen. Ook is het interessant om de golfbewegingen van deze groepen enigszins in kaart te kunnen brengen. Het komen en gaan van internationals is immers nauw gerelateerd aan de golfbewegingen in de economie. Wil Groningen voor internationals aantrekkelijk zijn en blijven, dan kan zij niet om deze doelgroep heen bij de ontwikkeling van een woonvisie.

Door: Monique Breithaupt en Karen Prowse

 

Monique Breithaupt is Relocation Specialist bij Connect International en begeleidt internationals/expats die zich voor bedrijven in de regio vestigen. 

Karen Prowse is General Manager van Connect International en Operations Manager van het International Wecome Center North. Een samenwerkingsverband tussen Connect International/Gemeente Groningen/RUG en de IND.