Categorie archief: Geen categorie

Verslag sessie 1, Stad Maken, Symposium Wonen in Stad

Stad maken – samen investeren in de stad: Groningen zal zich, net als veel andere steden, blijven ontwikkelen. De stad zit in de lift. Maar wie gaat er waar wat doen? En sluit dat ook aan bij de behoeftes? Samen met SITE UD werken we aan een kaart van het toekomstige Groningen.

Sessie 1 concentreert zich op de vraag: Naar welk soort woningen is er behoefte in Groningen, nu, maar ook in de toekomst?

Aanwezig zijn meer dan twintig (vertegenwoordigers van)  woningcorporaties, ontwikkelaars, beleggers, bouwbedrijven, banken, CPO-procesbegeleiders, raadsleden, adviseurs en inwoners.

Belangrijkste conclusies:
-Inzetten op gemengde programma’s in plaats van woonmilieus voor specifieke doelgroepen;
-Meer woningaanbod voor éénverdieners;
-Gezinnen binden aan je stad;
-Aanbod creëren van betaalbare huurwoningen (gebrek aan woningen die tussen de sociale en dure categorie in zitten);
-Duidelijk onderscheid in typen jongeren; onderzoek welke typen hoe en waar willen wonen om een concurrerend alternatief ten opzichte van de dure kamertjes in de binnenstad te kunnen bieden;
-De stad kent voldoende ruimte/rotte plekken om zowel de kwantitatieve als kwalitatieve vraag de komende tien jaar te kunnen accommoderen; nog los van het Suikerunieterrein.

De voorspellingen geven aan dat Groningen er de komende tien jaar 20.000 inwoners bij zal krijgen. De vraag naar woningen voor ouderen stijgt overal in Nederland, dus ook in Groningen. Om op deze vraag in te spelen is het noodzakelijk om als gemeente, belegger, ontwikkelaar en woningcorporatie op de hoogte te zijn wat ouderen willen. Als er in de toekomst meer vraag is naar ouderenwoningen, waar kunnen deze dan het best geplaatst worden in de stad? KUUB is bezig met een project waarbij 50-plussers bij elkaar willen wonen en gezamenlijk hun toekomst willen vormgeven. Eén van de voordelen hiervan zou kunnen zijn dat bij deze mensen de zorgvraag langer uitblijft. In het verlengde daarvan zou  in de toekomst  de nadruk wellicht meer gelegd kunnen worden op het koppelen van woningen waar verschillende generaties gehuisvest zijn. Er wordt aangegeven dat senioren pas gaan verhuizen als het écht moet. Er wordt sterk betwijfeld of inwoners uit omliggende dorpen naar de stad met haar voorzieningen zouden trekken.

Een andere belangrijke en groeiende groep vormen de éénverdieners (singles/starters). Velen van hen zoeken ruimte om te wonen en te leven in de binnenstad. Onder deze groep is er veel vraag naar betaalbare kleine woningen van zo’n 60 m2 GBO met ongeveer twee slaapkamers (één slaapkamer en één extra kamer(tje) voor eventueel andere activiteiten). Op dit moment worden aan de Oosterhamrikkade koopwoningen voor éénverdieners gerealiseerd voor ca. € 100.000,- VON (vrij op naam) die erg snel worden verkocht; er is dus veel vraag naar dit soort woningen. Veel aanwezigen geven aan dat de woonbehoefte van éénverdieners een speerpunt in het woonbeleid van de gemeente zou moeten zijn.

En hoe zit het met de toekomst van huurwoningen, vooral die in de particuliere sector? Beleggers willen graag investeren in huurwoningen net boven de liberalisatiegrens, maar er is weinig ruimte dan wel ondersteuning in de stad voor de grootschaligere projecten die zij wensen. Doordat er amper in deze sector geïnvesteerd wordt, zijn deze woningen nauwelijks beschikbaar, dit in tegenstelling tot de hoeveelheid sociale huurwoningen en de vrije sectorhuur met hoge huurprijzen. Mensen die teveel verdienen om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning zijn daardoor aangewezen op heel dure huurwoningen.

Het lijkt erop dat het aantal studenten in Groningen ook de komende jaren nog toeneemt. Duizenden studenten leven in verpauperde woningen. Door de toename van het aantal studenten worden ook steeds meer woningen in verschillende studentenkamers opgesplitst. Volgens veel aanwezigen komt dit momenteel te vaak voor en zou dit probleem dan ook een gemeentelijk speerpunt moeten zijn. Enerzijds zouden de slechte kwaliteit van de studentenwoningen en de studentenoverlast aangepakt moeten worden, anderzijds zou meer ruimte voor kwaliteit in de stad gecreëerd moeten worden. Hierdoor kan de stad wellicht ook meer kapitaalkrachtige mensen aan zich binden. Het vrijspelen van een statig oud pand voor een kapitaalkrachtig gezin en het bieden van een goed alternatief voor studenten elders in de stad zou een mogelijke oplossing kunnen zijn. Zo zou een studentencampus met kwalitatief goede woningen op het Zernike-terrein gerealiseerd kunnen worden, maar het is volgens sommigen de vraag of studenten daarop zitten te wachten. Veel studenten kiezen juist bewust voor een plek in of dichtbij de binnenstad, ongeacht de kwaliteit van de leefruimte. Het is mogelijk dat studenten hun te kleine, dure woonruimte willen inruilen voor een plek buiten de binnenstad, mits deze kwalitatief (veel) beter én goedkoper is; voorzieningen op de Campus zijn dan essentieel. Het aantal studentenwoningen groeit in de toekomst, maar de vraag naar studentenwoningen is vooral ook kwalitatief gericht. Een aantal mensen pleit voor meer onderzoek: hoe verleid je welke type studenten om te gaan wonen in kwalitatief betere woningen buiten de binnenstad? Beperk je ook niet alleen tot studenten, maar spreek over jongerenhuisvesting.

Veel jonge gezinnen verruilen de stad voor het ommeland, op zoek naar meer woonruimte, een grotere tuin en lagere lasten. Op dit moment is de situatie: hoe verder van het centrum, hoe hoger het segment. In de binnenstedelijke ruimte van de stad Groningen worden weinig gezinnen geaccommodeerd. Meer ruimte bieden aan (kapitaalkrachtige) gezinnen zou economisch goed zijn voor de stad. Een aantal aanwezigen wijst op de dure grond, de hoge  woningprijzen en de vele festiviteiten en evenementen in de binnenstad. Er zijn grof gezegd twee typen gezinnen: het gezin dat graag landelijk wil wonen (Meerstad) en het gezin dat juist de stedelijk dynamiek waardeert. Deze laatste groep wil echter wél een tuin en goede parkeervoorzieningen. Veel gezinnen zijn genoodzaakt om naar de rand van de stad of naar het ommeland te verhuizen om hun woonwensen te vervullen, omdat er te weinig mogelijkheden in de stad zelf zijn. Een groot aantal aanwezigen geeft aan dat de stad hen iets bijzonders zou moeten bieden, zodat het voor gezinnen aantrekkelijk genoeg wordt om zich in de binnenstad te vestigen. (Buurt)voorzieningen vlakbij zijn daarbij een noodzakelijk asset.

In het rijtje ouderen, éénverdieners, studenten en gezinnen wordt de doelgroep ‘mensen die samen willen wonen en leven’ gemist.

Op welke plekken in de stad kan er in de toekomst het best gebouwd worden? En waar voor welke doelgroep? De deelnemers wordt gevraagd dit met kleine gekleurde stickertjes op een plattegrond aan te geven. ‘Door de oogharen heen’ ontstaan cirkels in de stad: senioren en studenten in het centrum, singles/starters in de ring eromheen en gezinnen weer daaromheen. Nieuwe gezinswoningen worden bijvoorbeeld rondom het Damsterdiep geprojecteerd. Ook in Meerstad blijft toekomst voor gezinnen. Sommige woningzoekenden blijken serieus geïnteresseerd te zijn in een waterwoning in Meerstad, omdat ze daardoor geen last zouden krijgen van aardbevingen in het gebied. Een vertegenwoordiger van woningcorporatie Nijestee geeft aan dat een mix van verschillende generaties met verschillende inkomens in de toekomst ook essentieel is. De corporatie krijgt dat zonder partners echter niet meer voor elkaar door de beperkte ruimte die ze nog hebben. Nijestee wil dan ook graag in gesprek met één of meerdere partners om dergelijke plannen in de Grunobuurt te kunnen realiseren. Iemand van KUUB geeft aan dat op het Suikerunieterrein wellicht studentenwoningen gerealiseerd zouden kunnen worden, omdat dit terrein op een kleine afstand van de binnenstad ligt.

Veel aanwezigen zijn het erover eens dat de stad zélf een campus is. Zij willen graag dat er in de toekomst wordt gezorgd voor een ‘gemengde’ stad, niet alleen op de schaal van Groningen zelf, maar ook op complex-niveau. Door verschillende generaties bij elkaar te brengen en samen te laten wonen en leven (bijvoorbeeld ouderen en studenten). De vraag is: hoe krijg je dat voor elkaar? Ook zou er bij nieuwbouw meer rekening gehouden kunnen worden met multifunctionele ontwikkelingen: nu bouwen voor één enkele functie, maar wel flexibel genoeg om in de toekomst van functie te kunnen veranderen.

De sessie wordt afgesloten met de conclusie dat er nog ontzettend veel plekken in de bestaande stad wachten op een goede programmatische invulling.