Categorie archief: Wonen in Stad

Schermafbeelding 2015-05-23 om 08.37.08

Wonen in Stad: nieuwe woonvisie is klaar

Meer maatwerk voor kamerverhuurbeleid, een programmatische aanpak bij het verduurzamen van huizen en beter inspelen op de groei van het aantal kleine huishoudens in de stad: het zijn een aantal onderwerpen die prominent aan de orde komen in de nieuwe Woonvisie Wonen in Stad die het College van B&W op 19 mei 2015 heeft vastgesteld. Andere speerpunten zijn ouderen- en zorghuisvesting en de beschikbaarheid van voldoende betaalbare sociale huurwoningen voor de mensen die dit nodig hebben. Benieuwd naar het resultaat? Blader dan hier door de nieuwe Woonvisie!

Advies voor de stad

 

Aan het einde van het Woonsymposium van 19 maart vroegen we een aantal deelnemers om een advies aan de gemeente mee te geven. No. 1: Nynke Meerman, Rabobank Groningen.

 

No. 2: Rutger Hellingwerf, Bouwfonds

 

No. 3: Focus!

 

No. 4: Geurt van Randeraat, SITE Urban development

 

No. 5: Harry Leggedoor, Geveke

 

No. 6: Ellis Merkelijn,  Participatieraad van Nijestee

 

No. 7: Jose Hessink

Roeland van der Schaaf Suikerunie-1

Column: Rechtvaardigheid, kwaliteit en zeggenschap

Een groot onderdeel van de woonvisie is de positie van de sociale huurders en die van corporaties. Voor mij zijn daarbij de volgende uitgangspunten van belang:

Rechtvaardigheid
Kenmerkend voor de Nederlandse volkshuisvesting is een ruim aanbod van sociale huurwoningen voor een brede doelgroep. Dit aanbod is vaak gespreid over de stad. Het Rijksbeleid van nu is gericht op het verkleinen van de sociale huurvoorraad en het meer passend toewijzen van die voorraad aan de doelgroep. Gevolg? Meer regels, minder keuzevrijheid voor huurders en een aantasting van de ongedeelde en rechtvaardige stad. Een slechte zaak. Wat mij betreft richten we ons in Groningen daarom op het koesteren en versterken van de ongedeelde stad. Dus terughoudendheid met het verkopen van (grondgebonden) sociale huurwoningen in populaire wijken. Maar wel ruimte voor sociale huurwoningen op gewilde nieuwbouwlocaties. Rechtvaardigheid in de volkshuisvesting betekent dat ook sociale huurders keuzevrijheid hebben.

Kwaliteit
Je hoort wel eens de kritiek dat we te luxe bouwen voor de sociale huurders. Zeker nu de betaalbaarheid door crisis en rijksbeleid in de knel komt. Door niet of minder te investeren in de woningen zouden we de huren ook laag kunnen houden. Die kant moeten we niet op. Dat is de bijl aan de wortel van al het goede in onze volkshuisvesting. Goedkoop wonen is geen kunst. Goed wonen tegen een sociale prijs is dat wel. We zijn nog steeds trots op de sociale huurwoningen uit de jaren 30. Toen werd er uit overtuiging kwaliteit gebouwd. Dat moeten we ook nu doen. Bijvoorbeeld door te investeringen in energiebesparing. Hierdoor zorgen we voor structureel lagere woonlasten en wooncomfort.

Zeggenschap
Het debat over de positie van de corporaties zit gevangen in de eendimensionale tegenstelling tussen overheid en markt. Ik vind dat we daarbij vergeten dat corporaties ook een alternatief voor de markt en overheid zouden kunnen worden. Wat mij betreft functioneren de corporaties in de stad al deels als alternatief voor overheid en markt. Dat heeft in NLA verband al mooie resultaten opgeleverd. Maar de corporaties zouden dit verder door kunnen zetten door op zoek te gaan naar samenwerkingsvormen waarbij mensen meer zeggenschap over de eigen woon- en leefomgeving krijgen.  Bijvoorbeeld op het gebied van energievoorziening, leefbaarheid en het ontwikkelen van de bebouwde omgeving. Om daar te komen zouden corporaties moeten democratiseren en decentraliseren. Corporaties zouden zich kunnen ontwikkelen tot in de lokale samenleving gewortelde organisaties die meer ‘van onderop’ worden bestuurd. In wezen een vergelijkbare ontwikkeling die we als gemeente willen maken met het gebiedsgericht werken, de wijkwethouders en festivals als Let’s Gro.

Ik zou in Groningen de corporaties daarom willen uitdagen om weer voorop te lopen:

  • Maak energiecorporaties, waardoor huurders onafhankelijk worden van energiereuzen!
  • Laat huurders zelf keuzes maken in onderhoudsbudgetten.
  • Daag studerende huurders uit om hun talent voor de wijk in te zetten.
  • Start een CPO-project met sociale huurders!
  • Maar blijf ook partner van de gemeente in leefbaarheid en het sociale domein.

Voor een rechtvaardige stad is goede volkshuisvesting onmisbaar. Dit betekent keuzevrijheid, goed betaalbaar wonen en zeggenschap over leefomgeving en investeringen voor iedereen.

Door: Roeland van der Schaaf, wethouder Wonen en Stadsontwikkeling

 

DSCN4639

Bram breekt in: Goede Buren

Nu de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra (VINEX) tot een einde is gekomen en de laatste vinex-wijken zijn gebouwd, lijkt er niet alleen een einde te zijn gekomen aan een tijdperk maar ook aan een ideologie. Het massale uitrollen van complete wijken is niet alleen economisch moeilijk te realiseren, ook het achterliggende gedachtegoed is niet meer van deze tijd.

Cultuuromslag
Goedkope betaalbare woningen voor het gezin als hoeksteen van de samenleving hebben lange tijd een doel gediend, maar zo halverwege de jaren tien van deze eeuw zijn de woonwensen sterk veranderd. Dat heeft te maken met het feit dat er lang wordt gewacht met het stichten van een gezin en dat bijvoorbeeld het bezit van een auto allang geen vanzelfsprekendheid meer is.

De bouw moet  kleinschaliger omdat het geld op is en het moet duurzamer omdat we onze eigen verantwoordelijkheid moeten nemen. Wat dat betreft biedt de crisis juist allerlei nieuwe mogelijkheden en kan er een gevarieerder idee van woningbouw ontstaan met veel ruimte voor particulier initiatief.

Ontwikkelen, bouwen en een gemeenschap creëren. Het is niet gemakkelijk, maar er zijn steeds meer mensen die het willen. Ik praat erover met Yvonne Geerdink (53) die momenteel met vrienden een project realiseert aan de Oosterkade. Ze staat op het punt naar Tanzania te vertrekken om daar te kijken hoe het ervoor staat met de bouw van een verpleeghuis dat ze samen met anderen ondersteunt. Yvonne is gestopt met haar vaste baan en werkt nu als freelancer. Ze is nog nooit zo druk geweest.

Heft in eigen handen
‘Waar kwam het idee vandaan om zelf voor projectontwikkelaar te spelen?’ Yvonne: ‘We dachten met een groepje vrienden dat het leuk zou zijn om bij elkaar in de buurt te wonen en een aantal collectieve ruimtes te realiseren. Goede buren heb je nodig, dus die kun je dan maar beter zelf uitkiezen. We kunnen dan gezamenlijk problemen te lijf gaan. Mocht zorg aan de orde komen, dan zullen we die ook gezamenlijk gaan organiseren.’

De logeerkamer wordt door de ‘De Buren’ al gekscherend aangeduid als de verpleegkamer. Daar zou eventueel een ‘care-taker’ kunnen inwonen, als er behoefte komt aan verzorging. ‘In de tussentijd zou die logeerkamer ook nog dienst kunnen doen als naai-atelier. We laten dat open en het mooie is dat iedereen het vertrouwen heeft dat het goed komt.’ Het hele ontwikkelproces doet de groep zelf. Daarnaast worden ideeën over de woning uitgewisseld en wordt er nagedacht over welke dingen er zelf gedaan kunnen worden en wat door de aannemers moet worden gedaan. Het sanitair gaan ze bijvoorbeeld zelf doen. ‘We speuren internet af naar een partij wc-potten en zetten die er zelf in. Dat kun je weer van de begroting afstrepen.’

Procesbegeleiding
Yvonne vertelt dat veel mensen dromen van wat vereniging De Buren aan het doen is, maar dat niet iedereen het voor elkaar krijgt. ‘Het belangrijkste bij zo’n gezamenlijk project is vertrouwen. Je moet onafhankelijk genoeg zijn om je afhankelijk op te stellen.’ Ze bedoelt daarmee te zeggen dat je geen moeite moet hebben om bepaalde ruimtes met elkaar te delen. ’We hebben een wasruimte met twee wasmachines en twee drogers. Er komt een werkplaats en een sauna, een bibliotheek en een dakterras. Dat zijn de gezamenlijke ruimtes. Op die manier kunnen de zes appartementen relatief klein gehouden worden.’

Van Yvonne begrijp ik dat de leden van de woongroep heel wat nuttige kwaliteiten in huis hebben. Zij is zelf bouwkundige en andragoog. Ze begeleidt het proces van wat zij noemt ‘samen denken en dromen’. Er is een architect-bouwkundige in het clubje die de projectleiding van het bouwproject doet. Een bouwfysicus heeft zich als installatie-adviseur opgeworpen. ’Ja, en dan hebben we nog een wetenschapsfilosoof in huis en een aantal artsen, een fysiotherapeut, een verpleegkundige en een econoom. Met allemaal een behoorlijke hoeveelheid werk- en levenservaring.’

Als het gebouw er is, dan kan veel vanuit het huis zelf gemaakt worden. In de groep zijn genoeg klussers om in de werkplaats dingen te kunnen maken en repareren. ‘Zelf aan de slag gaan met je woonbehoefte is een uitvloeisel van de participatiesamenleving te noemen. De maatschappelijke trend is dat je voor jezelf moet kunnen zorgen. Nu en op termijn.’

Yvonne denkt dat er veel meer van dit soort gezamenlijke projecten opgestart zullen worden. ‘Vermoedelijk zullen er nieuwe organisaties komen die niet alleen woonwensen kunnen realiseren, maar deze ook kunnen begeleiden in het sociale proces. Uiteindelijk is de vraag, “hoe ga je samenleven?”, heel belangrijk.’

Na anderhalf uur praten nemen we afscheid. Yvonne moet haar koffer nog pakken voor Tanzania en ik rij naar de Oosterkade om een foto te maken van de bouwplaats. Onwillekeurig kijk ik om me heen en speur naar een droomlocatie waar ik zelf een gebouw neer zou willen zetten.  Zelf bouwen is een aanstekelijke gedachte.

Door Bram Esser

In opdracht van Platform GRAS en de gemeente Groningen gaat filosoof en publicist Bram Esser op zoek naar visies, plannen, ervaringen en meningen over het wonen in de stad Groningen. Hij speurt, bezoekt, vraagt en interviewt.

Meer lezen:
http://tegenlicht.vpro.nl/afleveringen/2013-2014/bouw-t-zelf.html
http://www.kuub.info/
http://www.verkeerdgeleverd.nl/

Column: Ook senioren hebben woonwensen

Graag hadden wij in dit stuk twee tests afgenomen. Eén met vragen voor aanbieders van seniorenwoningen, één met vragen voor zoekende senioren. Gewoon, om u te laten inzien dat beide groepen evenveel vragen hebben. Maar om u tijd te besparen, geef ik u hierbij de uitslag:

Uitslag test zoekende senioren:

  1. Senioren starten hun zoektocht online
  2. Senioren vragen hun familie om hulp
  3. Senioren zijn vaak niet op de hoogte van de woonmogelijkheden, zelfs niet in hun eigen wijk
  4. Senioren komen in een ondoordringbaar oerwoud van aanbod terecht als zij gaan zoeken naar een nieuwe woning

Uitslag test aanbieders van senioren wonen:

  1. Senioren zoeken niet op internet maar gebruiken de (gratis) lokale krant om te zoeken
  2. Senioren kunnen hulp vragen bij de gemeente
  3. Senioren willen per se in hun eigen wijk blijven wonen en kennen daar alle woonmogelijkheden
  4. Senioren zien waarom ons aanbod onderscheidend is

De uitslag is bedoeld om u te prikkelen en na te laten denken over de status quo. Het is geen wetenschap, maar gewoon de dagelijkse werkelijkheid zoals ik die zie. Om u te laten inzien dat de black box eerst transparant gemaakt moet worden. En als u dan bedenkt dat er leegstand is in seniorenwoningen… en dat tegelijkertijd steeds meer senioren vragen om meer geschikte seniorenwoningen…

Dan realiseert u zich nu vast dat het tijd wordt om het aanbod op een uniforme manier te ontsluiten en inzichtelijk te maken! Zodat senioren zich kunnen oriënteren op de verschillende woonmogelijkheden. Vanaf dan kunnen woningaanbieders leren van dit zoekproces. Wat zijn de vragen en wensen? En, niet geheel onbelangrijk, kunnen senioren keuzes maken binnen de opties die er zijn? Want wonen is concessies doen. Maar dat doe je pas als je alle opties kent!

Annemiek Schut, Oprichter en directeur Woonz

Over wonen, bevingen en veiligheid

De stad Groningen ligt aan de rand van het gaswinningsgebied. Aardbevingen zijn inmiddels ook binnen de gemeentegrenzen gevoeld. Er zijn inmiddels zo’n 3500 Stadse schademeldingen geregistreerd. In de meeste gevallen gaat het om schade aan woonhuizen. Wonen in Stad krijgt zo beschouwd een andere wending: woon ik nog wel veilig in Groningen? Wat zijn de risico’s eigenlijk? Wat kan ik zelf bijdragen aan mijn veiligheid? En wat doen gemeente, corporaties of huiseigenaren voor mij?

De komende jaren blijft de gemeente Groningen te maken krijgen met aardbevingen als gevolg van de gaswinning. Het gemeentebestuur werkt er hard aan om de belangen van de stad en zijn inwoners op tal van fronten veilig te stellen en maakt daartoe aparte afspraken met het Rijk. De veiligheid van de burgers staat natuurlijk voorop. Maar ook belangrijk is een eerlijke en snelle schadeafhandeling en vergoeding van de kosten door de veroorzaker. Verder is een juiste aanpak van aardbevingsbestendig (ver-)bouwen van belang. Met het oog op een duurzame economische ontwikkeling staat de gemeente voor een daadkrachtige aanpak waar Stad én regio baat bij hebben.

Wonen in Stad zal de komende jaren rekening moeten houden met de roep om aardbevingsbestendigheid. Woningen zullen – waar nodig – moeten worden versterkt, net zoals scholen, openbare gebouwen en monumenten. Daarin zijn keuzes noodzakelijk. Er zijn verschillende soorten regelingen die soms wel en soms niet voor de Stad gelden. Wat onduidelijk is. Wat weer alles te maken heeft met geld en financiering. Wat weer alles te maken heeft met NAM en het Rijk. Stuk voor stuk uitdagingen die we met zijn allen aangaan. Vanuit de overtuiging dat wonen in Stad het nadrukkelijk waard is om dit soort grote investeringen te doen. Op stadsniveau om de bouw-economie goed aan de praat te houden. Maar ook individueel niveau, immers het goed per saldo vooral ook om úw woongenot.

Meer weten? Kijk op de homepage van gemeente Groningen  en klik door voor meer informatie.

Column: Investeer in het verduurzamen van woningen

De drie belangrijkste criteria bij het zoeken van een woning zijn locatie, locatie en locatie. Iedereen kent ze natuurlijk. Maar het gaat bij ‘wonen’ niet alleen over de juiste woning op de juiste plek. De Woonvisie Groningen zegt het al: het gaat ook over de kwaliteit van de woonomgeving. Over de hoogte van de energierekening. Over behaaglijk wonen zonder je blauw te hoeven betalen voor de energie. We kunnen dus drie criteria aan het rijtje toevoegen: comfort, comfort  en comfort. En dan heb ik het over comfort dat ook op de lange termijn vol te houden is.

Want bij het (nieuw) bouwen of renoveren van woningen is het van groot belang dat we dit ook duurzaam doen. De bebouwde omgeving is immers debet aan een kwart van het energieverbruik in Nederland en 10% van de CO2-uitstoot. De positieve effecten van het reduceren van verbruik of – mooier nog – zelf energie opwekken, zijn evident. En niemand kan er tegen zijn, want je kunt er in één moeite het wooncomfort mee verhogen en de maandelijkse energiekosten mee terugdringen. Het is al lang niet meer zo dat we daar – back-to-the-basics – heel sober voor hoeven te leven. De technologische ontwikkelingen in de bouw maken het nu al mogelijk nul-op-de-meterwoningen (NOM) te maken. Hierdoor is voor een eengezinswoning een maandelijkse besparing van 175 euro op de energierekening te realiseren. Huiseigenaren kunnen ook hun huidige woning tot NOM laten renoveren; vrijwel alleen al van de besparing op energiekosten kan de renovatie worden gefinancierd. Bovendien verwachten wij dat duurzame woningen snel meer (en niet-duurzame woningen minder!) waard zullen worden.

Nieuwbouw wordt conform het Bouwbesluit al op het niveau van energielabel A+++ gebouwd. Een uitstekende ontwikkeling, maar ook en vooral door de bestaande woningvoorraad van voor 1980 te verduurzamen, valt nog een enorm potentieel te verzilveren. De Woonvisie Groningen stelt dat voor het woonbeleid aandacht voor de bestaande stad essentieel is, omdat veruit het overgrote deel van de woningvoorraad die we over 20 jaar zullen hebben er nu al staat. De stad Groningen laat overigens zien dat ze dit onderwerp serieus neemt. Woningcorporaties hebben tussen 2011 en 2013 bijna 5.000 woningen verbeterd. Hierdoor maakten de energielabels van die woningen twee of meer sprongen en beschikt ongeveer 60% van de sociale voorraad nu over label C of beter. Daarnaast is verduurzaming van koopwoningen vanzelfsprekend ook van groot maatschappelijk belang.

Triodos Bank heeft twee jaar geleden de hypotheek voor duurzame woningen geïntroduceerd: hoe beter het energielabel, hoe lager de hypotheekrente. Hiermee krijgen woningeigenaren een sterke financiële prikkel om hun woning te verduurzamen – en bijgevolg om hun energieverbruik en maandelijkse energielasten terug te dringen. Ze ontvangen een maatwerkadvies energiebesparing en een door gecertificeerde energieadviseurs vastgesteld label. Banken hebben met de financieringsmogelijkheden die ze aanbieden een belangrijke sleutel in handen om de woningmarkt daadwerkelijk te verduurzamen, en ik hoop dan ook dat de uiterst effectieve hypotheek voor duurzame woningen brede navolging krijgt.

Maar ook bouwers, ontwikkelaars en gemeenten zouden veel meer kunnen bereiken wanneer ze de handen ineen slaan. Voor energiebesparing in de gebouwde omgeving ontstaat ook steeds verdergaande politieke steun. Zo is in 2013 het Energieakkoord voor Duurzame Groei gesloten, waarin de particuliere woningvoorraad is opgenomen. De overheid heeft in het kader van haar Integrale visie op de woningmarkt dit jaar de ruimte op inkomenstoetsing voor energiebesparende maatregelen verhoogd tot 9.000 euro. Voor een hypotheek voor een nul-op-de-meterwoning mag dit bedrag zelfs worden verhoogd tot 25.000 euro. Hiermee zijn verbeterde condities geschapen voor de particuliere woningmarkt.  Ook gemeenten zouden de verduurzaming van de koopwoningenmarkt verder kunnen stimuleren door bijvoorbeeld de onroerendezaakbelasting te koppelen aan het energielabel.

Door:  Arie Blokland, Triodos bank

Triodos Bank is als ‘pilotbank’ nauw betrokken bij het programma Stroomversnelling voor koopwoningen. Hierbij werken diverse branches samen om nul-op-de-meter (energieneutrale) renovaties ook toegankelijk te maken voor particuliere woningeigenaren. Belangrijk motief voor de bank is dat we af willen van een economie (en dus ook een woningmarkt) die verslaafd is geraakt aan fossiele energie, en toe willen naar een bebouwde omgeving die haar eigen energie weet op te wekken vanuit natuurlijke energiebronnen. In die optiek past het om te kijken naar woonlasten (hypotheek- plus energielasten), en niet louter naar hypotheeklasten. We houden aansluiting bij andere trends op de woningmarkt, zoals collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO’s) en ecobouwprojecten. We zien steeds meer initiatieven waarbij bewoners samen bouwen en gebruik maken van gemeenschappelijke faciliteiten in en om hun woningen. Nieuwe woonvormen en sociale cohesie gaan daarbij hand in hand.

 

Column: Het lijkt de DDR wel, deel II

In Groningen is alles al gezegd over studentenhuisvesting, zo lijkt het. Het onderwerp is geframed: jongerenhuisvesting  = studentenhuisvesting = overlast = 15 procentsnorm = moeten we aanscherpen. Wat is daar nog aan toe te voegen? Nou, ik vind twee punten zo belangrijk dat ik ze nog wel een keer wil herhalen.

Ten eerste: uit feitelijke klachtenregistratie, bij Nijestee en bij de gemeente, blijkt dat er over ‘gewone’ Stadjers relatief méér overlastklachten zijn dan over studenten. Die frame klopt gewoon feitelijk niet. Ten tweede: al die dwangmaatregels, vergunningsverplichtings en verbodsbepalings zijn slechts een doekje voor het bloeden. Ook aanscherpings gaan het probleem nooit oplossen.

Maar nu mijn derde punt. Ik vind keuzevrijheid van u als burger belangrijk, u niet? U wilt vast vrij kunnen kiezen waar u woont, met wie u woont, van wie u een woning koopt of huurt, of aan wie u uw woning verkoopt. En terecht. Ik gun u allemaal, Stadjer of Studjer, corpsbal of klurger, uw keuzevrijheid, burgerrecht, zelfbeschikkingsrecht. Dat is niet alleen goed voor uw geluk, maar ook voor uw portemonnee. U wilt toch niet dat de verkoop van uw woning aan allerlei beperkingen wordt onderworpen?

De echte oplossing om te zorgen dat de leefstijlen van Stadjers en Studjers elkaar niet bijten bestaat uit drie delen. We moeten veel nieuwe jongerenhuisvesting bouwen op plekken waar leefstijlen elkaar niet bijten, we moeten bestaande regels tegen burenoverlast strak handhaven (voor iedereen) en ontmoeting regelen tussen klurgers en studjers voor meer wederzijds begrip.

Ik bepleit uiterste terughoudendheid bij het verzinnen van nieuwe vergunningsverplichtings en verbodsbepalings. Het is hier toch de DDR niet?

Pieter Bregman, algemeen directeur/bestuurder Nijestee

Column: Een slimme oudere is op de toekomst voorbereid!

De gemeente Groningen is de ‘jongste’ grote gemeente van het land. De grote aantallen in de stad wonende studenten trekken de gemiddelde leeftijd van ons Stadjers flink omlaag. Maar met 200.000+ inwoners hebben we in absolute aantallen de meeste ouderen en kwetsbaren van Noord- Nederland binnen onze stadsgrenzen wonen. Het overgrote deel van deze groep woont zelfstandig in een eigen (corporatie) woning. Een relatief klein gedeelte woont ‘intramuraal’ in een verzorgings- of verpleegtehuis. Deze tehuizen zullen ook in de toekomst blijven bestaan. Echter alleen voor mensen die echt niet meer zelfstandig thuis kunnen wonen. En de rest van de ouderen dan? Nou, die moeten zelf zorgen voor een geschikte plek om te wonen.

We gaan eigenlijk weer terug naar de tijd van vóór de bejaardenoorden die vanaf de jaren 60 zijn gebouwd. Regie in eigen hand, je eigen (mantel)zorg organiseren en het zo lang mogelijk stellen zonder professionele zorg. Dat is waar we met de participatiemaatschappij naar toe gaan. Een verrijking of een verarming? Dat hangt waarschijnlijk af van individuele situaties. De ontmanteling van de verzorgingsstaat biedt ruimte aan initiatieven. Kleinschalige woon/zorgcomplexen, het wonen in hofjes met mede ‘oude-van-dagen’, mantelzorgwoningen en kangoeroewoningen zijn slechts enkele voorbeelden van manieren waarop we kunnen gaan wonen als alternatief voor de grote verzorgingstehuizen.

Tot de jaren 80 was het heel normaal om je rond je zestigste in te schrijven voor een verzorgingstehuis, om daar vanaf je 65ste terecht te kunnen in een (aanleun)woning. De meesten van ons moeten hier nu niet meer aan denken en we willen graag onze eigen regie behouden en zelfstandig blijven wonen. Dit gaat echter niet zomaar! Ouderdom komt met gebreken. Dus gaan we onze huizen aanpassen aan onze beperkingen, zodat we er prettig kunnen blijven wonen. U bent hier primair zelf verantwoordelijk voor, net als voor de inrichting van de babykamer. De gemeente wil u hierbij ondersteunen, door te informeren, te inspireren en te faciliteren. Denkt u met ons mee?

Erwin Schiphorst

Erwin Schiphorst werkt sinds 2012 bij het Zorg Innovatie Forum (ZIF) als adviseur Business Support. Vanuit deze functie legt hij een link tussen eindgebruikers van innovaties enerzijds en aanbieders van innovatieve producten en kennis anderzijds.