Categorie archief: Stad maken

Over wonen, bevingen en veiligheid

De stad Groningen ligt aan de rand van het gaswinningsgebied. Aardbevingen zijn inmiddels ook binnen de gemeentegrenzen gevoeld. Er zijn inmiddels zo’n 3500 Stadse schademeldingen geregistreerd. In de meeste gevallen gaat het om schade aan woonhuizen. Wonen in Stad krijgt zo beschouwd een andere wending: woon ik nog wel veilig in Groningen? Wat zijn de risico’s eigenlijk? Wat kan ik zelf bijdragen aan mijn veiligheid? En wat doen gemeente, corporaties of huiseigenaren voor mij?

De komende jaren blijft de gemeente Groningen te maken krijgen met aardbevingen als gevolg van de gaswinning. Het gemeentebestuur werkt er hard aan om de belangen van de stad en zijn inwoners op tal van fronten veilig te stellen en maakt daartoe aparte afspraken met het Rijk. De veiligheid van de burgers staat natuurlijk voorop. Maar ook belangrijk is een eerlijke en snelle schadeafhandeling en vergoeding van de kosten door de veroorzaker. Verder is een juiste aanpak van aardbevingsbestendig (ver-)bouwen van belang. Met het oog op een duurzame economische ontwikkeling staat de gemeente voor een daadkrachtige aanpak waar Stad én regio baat bij hebben.

Wonen in Stad zal de komende jaren rekening moeten houden met de roep om aardbevingsbestendigheid. Woningen zullen – waar nodig – moeten worden versterkt, net zoals scholen, openbare gebouwen en monumenten. Daarin zijn keuzes noodzakelijk. Er zijn verschillende soorten regelingen die soms wel en soms niet voor de Stad gelden. Wat onduidelijk is. Wat weer alles te maken heeft met geld en financiering. Wat weer alles te maken heeft met NAM en het Rijk. Stuk voor stuk uitdagingen die we met zijn allen aangaan. Vanuit de overtuiging dat wonen in Stad het nadrukkelijk waard is om dit soort grote investeringen te doen. Op stadsniveau om de bouw-economie goed aan de praat te houden. Maar ook individueel niveau, immers het goed per saldo vooral ook om úw woongenot.

Meer weten? Kijk op de homepage van gemeente Groningen  en klik door voor meer informatie.

Stelling: De gemeente moet nieuwe partijen stimuleren om de woningbouwopgave op te pakken

De corporaties waren in Groningen de afgelopen tien jaar verantwoordelijk voor 70% van de woningbouwproductie. Tegenwoordig  zijn zij flink beperkt in hun beleidsruimte en investeringsvermogen. En dat terwijl de vraag er nog altijd is. De gemeente moet andere partijen stimuleren om woningen te bouwen. Nieuwe corporaties dienen een kans te krijgen.

3228

Column: Het lijkt de DDR wel!

Wat mij betreft krijgt de woonvisie als naam ‘In Beweging’. Dit is niet alleen een knipoog naar de aardbevingen of de ombouw van de rondweg. Het staat voor de wens dat wij Groningers gemakkelijker moeten kunnen verhuizen. Verhuizen is goed voor geluk; om te gaan wonen daar waar je wilt, in het groen, bij het centrum, of om weg te komen van je nare ex, je lawaaierige buren, of ruimte te hebben voor je kinderen, of vanwege de goede zorg nabij. Verhuizen is goed voor de economie, het maakt dat je gemakkelijker een baan ergens anders kunt accepteren en het is goed voor de omzet van bouwbedrijven, klusmarkten en gordijnenboeren. Maar verhuizen is lastig in Nederland: voor huurwoningen zijn wachtlijsten, voor een koopwoning krijg je geen of te weinig hypotheek. Je nieuwe woning, koop of huur, lijkt ook altijd duurder te zijn dan die in de plaats waar je vandaan komt. Wie kan zelf zijn of haar woning bouwen? Schaarste, distributiemaatregelen, lange wachttijden, weinig kwaliteit voor veel geld, strenge regels, het lijkt hier de DDR wel! Kan dat niet beter?

Pieter Bregman, algemeen directeur/bestuurder Nijestee

IWCN-25

Column: Wonen en Internationals

Groningen is bezig aan de ontwikkeling van een Woonvisie voor de stad. Daarbij wordt  gedacht aan veel doelgroepen. Wij willen er een doelgroep uitlichten die niet specifiek in de visie wordt genoemd maar wel duidelijk aanwezig is en zeker in de toekomst ook zal zijn; de internationals. De drie noordelijke provincies werken hard aan de internationalisering van de regio om deze aantrekkelijk te maken voor grote internationale bedrijven. De komst van deze bedrijven heeft tot gevolg dat een toenemend aantal internationale kenniswerkers voor deze regio kiest als werk- en woonplek. De stad Groningen speelt daarin een grote rol. Niet alleen vanwege de universiteit, die de laatste jaren een grote groei laat zien in de hoeveelheid buitenlandse studenten en medewerkers. Ook het bedrijfsleven (zowel het grootbedrijf als het MKB) kent een toename van het aantal internationals dat voor een aantal jaren neerstrijkt in en om de stad. Deze doelgroep heeft specifieke woonwensen. Deze willen wij graag wat nader onder de aandacht brengen.

De internationals zijn grofweg onder te verdelen in twee groepen met beide een aantal subgroepen:

1. Internationale studenten

Deze groep wordt naar ons idee te makkelijk gezien en behandeld als de Nederlandse studenten. Zij hebben het echter een stuk lastiger als het aankomt op het zoeken naar huisvesting. Ze zitten vaak nog in het buitenland als ze op zoek gaan naar woonruimte en kunnen niet mee doen aan visitaties. Vaak begrijpen zij de markt niet goed en vallen regelmatig ten prooi aan minder betrouwbare verhuurders. Ze schrijven zich in bij verschillende partijen en reageren op advertenties. Helaas krijgen ze vaak geen enkele respons of begrijpen niet goed hoe een woonruimte wordt aangeboden en wat het tekenen van het huurcontract tot gevolg heeft. Gelukkig is de markt in beweging en zien wij een toename van Engelstalige websites en informatie. Ook het aanbod van kamers en zelfstandige units neemt toe omdat de markt inspeelt op deze groei.

Er is echter nog veel werk te verzetten want een internationale student kent/doorloopt verschillende niveaus/stadia en de woonwensen dan ook verschillend. Er zijn PhD’s die een partner en kind meenemen. Het moge duidelijk zijn dat een kamer met gezamenlijk gebruik van een keuken, douche en wc voor deze doelgroep niet geschikt is. Een woonvisie voor deze groep zal dus moeten voorzien in beter uitgewerkte profielen van de zoekers. Enige aandacht voor hun culturele achtergrond kan deze visie in de toekomst nog verder verfijnen.

2. Internationale werknemers

Deze groep komt naar Groningen om te werken. Ze worden naar de regio gehaald omdat er een tekort is aan specialisten.  Ook deze groep kent een aantal subgroepen. Productiemedewerkers die een aantal maanden in de regio komen werken wegens bijvoorbeeld de bouw van een groot windmolenpark of een datacenter, hebben andere woonwensen dan bijvoorbeeld een gezin waarvan de vader of moeder een aantal jaren of voor onbepaalde tijd voor een bedrijf of kennisinstelling in de regio komt werken en waarbij de (internationale) school bepalend is voor de woonplek. De jonge hoog opgeleide international die aan een eerste baan begint of een jong stel/echtpaar; internationals zijn er in vele soorten en maten. Tijdelijke werkers kunnen met elkaar een woonruimte delen maar voor een gezin of echtpaar is dit niet aan de orde. Kortom, ook hier is het uitwerken van de verschillende profielen een punt van aandacht.

Het kennen van de doelgroepen is bepalend voor de woonvisie omdat het inzage geeft in waar en hoe men in de stad zal willen wonen. Ook is het interessant om de golfbewegingen van deze groepen enigszins in kaart te kunnen brengen. Het komen en gaan van internationals is immers nauw gerelateerd aan de golfbewegingen in de economie. Wil Groningen voor internationals aantrekkelijk zijn en blijven, dan kan zij niet om deze doelgroep heen bij de ontwikkeling van een woonvisie.

Door: Monique Breithaupt en Karen Prowse

 

Monique Breithaupt is Relocation Specialist bij Connect International en begeleidt internationals/expats die zich voor bedrijven in de regio vestigen. 

Karen Prowse is General Manager van Connect International en Operations Manager van het International Wecome Center North. Een samenwerkingsverband tussen Connect International/Gemeente Groningen/RUG en de IND.

De Linie 3560 kopie

Inspiratie: Samen een straat maken

In de Linie, onderdeel van de wijk Europapark, sloegen achttien gezinnen de handen ineen om op eigen initiatief evenzoveel woningen te realiseren. Ze verenigden zich in de stichting POL (Particulier Ontwikkelen de Linie). Vanuit deze stichting gingen de initiatiefnemers aan de slag en maakten zij afspraken met de gemeente Groningen, de architect en de aannemer. Het project werd procesmatig en inhoudelijk ondersteund door KUUB, het centrum voor particuliere bouw in Groningen. Een aantal van de gezinnen was eerder al betrokken geweest bij de ontwikkeling van het Kwintterrein in de Oosterpoort, een van de eerste CPO-projecten in de stad die samen met Patrimonium werden ontwikkeld. Een woning in de Linie was voor deze bewoners een volgende stap in hun wooncarrière.

Moriko Kira werd als architect aangetrokken. Zij maakte op basis van hun woonwensen een basisontwerp dat in verschillende varianten uitgewerkt kon worden. Er kon gekozen worden voor een smalle of brede variant en een diepe of ondiepe woning. Ook konden de gezinnen zelf de bouwhoogte, de indeling van de plattegrond en de afwerking bepalen. Daardoor is geen enkele woning hetzelfde: de ene heeft een enorm dakterras, een andere drie badkamers en weer een andere een grote woonkeuken op de begane grond en een salon op de eerste etage. Toch is er dankzij de architect wel een eenheid ontstaan: de achttien woningen zijn duidelijk familie van elkaar.

De Linie bestaat uit relatief kleine kavels, waardoor de woningen dicht op elkaar staan. Daardoor is het niet eenvoudig om zon in de tuin te krijgen. De architect loste dit op door steeds het achterste deel van de woningen – de zogenaamde tuinkamer – laag te houden. Samen spraken de bewoners af dat deze kamers in de toekomst ook niet bebouwd mogen worden. Ook het vele glas in de voor- en achtergevel zorgt dat er veel licht kan binnenvallen. De privacy van de bewoners wordt gewaarborgd doordat de rest van de gevels relatief gesloten zijn gehouden.

De Linie werd razendsnel gerealiseerd. Na een korte ontwikkeltijd werden de woningen in ongeveer een jaar gebouwd. Ook elders werd winst geboekt; door de goede samenwerking wist POL, vergeleken met een traditioneel ontwikkelproces, minstens 25% op de kosten te besparen.

Bron: Wonen doe je Zelf
Foto: Stijntje de Olde