Column: Een slimme oudere is op de toekomst voorbereid!

De gemeente Groningen is de ‘jongste’ grote gemeente van het land. De grote aantallen in de stad wonende studenten trekken de gemiddelde leeftijd van ons Stadjers flink omlaag. Maar met 200.000+ inwoners hebben we in absolute aantallen de meeste ouderen en kwetsbaren van Noord- Nederland binnen onze stadsgrenzen wonen. Het overgrote deel van deze groep woont zelfstandig in een eigen (corporatie) woning. Een relatief klein gedeelte woont ‘intramuraal’ in een verzorgings- of verpleegtehuis. Deze tehuizen zullen ook in de toekomst blijven bestaan. Echter alleen voor mensen die echt niet meer zelfstandig thuis kunnen wonen. En de rest van de ouderen dan? Nou, die moeten zelf zorgen voor een geschikte plek om te wonen.

We gaan eigenlijk weer terug naar de tijd van vóór de bejaardenoorden die vanaf de jaren 60 zijn gebouwd. Regie in eigen hand, je eigen (mantel)zorg organiseren en het zo lang mogelijk stellen zonder professionele zorg. Dat is waar we met de participatiemaatschappij naar toe gaan. Een verrijking of een verarming? Dat hangt waarschijnlijk af van individuele situaties. De ontmanteling van de verzorgingsstaat biedt ruimte aan initiatieven. Kleinschalige woon/zorgcomplexen, het wonen in hofjes met mede ‘oude-van-dagen’, mantelzorgwoningen en kangoeroewoningen zijn slechts enkele voorbeelden van manieren waarop we kunnen gaan wonen als alternatief voor de grote verzorgingstehuizen.

Tot de jaren 80 was het heel normaal om je rond je zestigste in te schrijven voor een verzorgingstehuis, om daar vanaf je 65ste terecht te kunnen in een (aanleun)woning. De meesten van ons moeten hier nu niet meer aan denken en we willen graag onze eigen regie behouden en zelfstandig blijven wonen. Dit gaat echter niet zomaar! Ouderdom komt met gebreken. Dus gaan we onze huizen aanpassen aan onze beperkingen, zodat we er prettig kunnen blijven wonen. U bent hier primair zelf verantwoordelijk voor, net als voor de inrichting van de babykamer. De gemeente wil u hierbij ondersteunen, door te informeren, te inspireren en te faciliteren. Denkt u met ons mee?

Erwin Schiphorst

Erwin Schiphorst werkt sinds 2012 bij het Zorg Innovatie Forum (ZIF) als adviseur Business Support. Vanuit deze functie legt hij een link tussen eindgebruikers van innovaties enerzijds en aanbieders van innovatieve producten en kennis anderzijds.

3 gedachten over “Column: Een slimme oudere is op de toekomst voorbereid!

  1. Het is misschien goed om nog even stil te staan bij de reden waarom waarom de verzorgingsstaat ooit is opgebouwd. In Nederland is in eerste instantie besloten dat overheidsbemoeienis nodig was omdat er veel schrijnende gevallen waren van mensen waar niemand voor kon zorgen. Later is ‘Het de kinderen niet tot last willen zijn’ een voorname beweegreden geweest voor een grotere toestroom naar de geïnstitutionaliseerde bejaardenzorg. Vandaag de dag zijn er ontzettend veel zaken vele malen beter geregeld dan zestig jaar terug maar terugkeren naar de tijd van vóór de bejaardenoorden zal moeilijk gaan. Tegenwoordig zijn de gezinnen kleiner. Het aantal kinderloze mensen is toegenomen. Het aantal alleenstaanden is toegenomen en hierin is in de nabije toekomst nog een behoorlijke toename te verwachten. Tegenwoordig zijn de stellen waarin beide partners werken in de meerderheid terwijl het vroeger als vrouw lastig was om niet te worden ontslagen zodra je in het huwelijk stapte. Familieleden wonen tegenwoordig veel verder uit elkaar dan vroeger. De samenleving is meer individualistisch van aard geworden. De opmars van de automobiel en moderne stadsplanologie hebben er voor gezorgd dat veel voorzieningen uit stadsbuurten zijn verdwenen en verspreid zijn ondergebracht in zones voor wonen, werken, commercie, industrie en recreatie. Hierdoor is de sociale cohesie in stadsbuurten zelf minder hecht geworden en is het dagelijks leven voor mensen met verminderde mobiliteit lastiger geworden. Onder ouderen wordt het nu bijvoorbeeld ook echt als een probleem ervaren dat in Groningen het aantal stadsbussen naar het hart van de stad is gereduceerd.
    Nu is het zo dat de maatschappij zich de afgelopen 50 jaar door de geïnstitutionaliseerde zorg zo ontwikkeld heeft dat veel mensen het in het dagelijks leven voor een goed deel simpelweg verleerd zijn om nog rekening te hoeven houden met aspecten die van belang zijn voor maatschappelijke inclusie van zorgbehoevende groepen. Toen bijvoorbeeld de behoefte aan decentrale voorzieningen voor inwoners met verminderde mobiliteit ter sprake kwam in een informeel gesprek met een raadslid vandaag werd dit direct gepareerd met de mededeling ‘alleen te denken in mogelijkheden en niet in beperkingen’. Wie het onderzoek ‘Randvoorwaarden voor extramuraal wonen bij zzp’s vv 01 t/m 04′ van Rigo Research en Advies doorneemt zal zich ervan bewust zijn dat er in de directe leefomgeving van stadjers nog wel diverse aanpassingen gefaciliteerd zullen moeten worden om langer thuis wonen onder meer voor ouderen haalbaar te maken. Een bewustwordingscampagne over de besteding van uit-eigen-zak-financiering zoals deze op het woonsymposium aan stadjers is geïntroduceerd zal wat dat betreft zeker niet volstaan. Het neigt toch een beetje naar een ieder voor zich oplossing en daarmee gaan we het niet redden. Of de participatiemaatschappij een verrijking of verarming vormt zou denk ik niet zozeer af moeten hangen van individuele situaties. Er zijn natuurlijk niet alleen financiële middelen en kennis van het aanbod voor nodig. Volgens Ton Vermeulen, is vereenzaming een van de belangrijkste factoren die bijdragen aan verlies aan zelfstandigheid. In die context heeft onze wethouder wonen in een uitgave van de ANBO de resultaten van het onderzoek onder Groningse ouderen nog eens benadrukt: “Bij alle inkomens groepen zagen we een grote behoefte aan kleinschaligheid, geborgenheid en gemeenschappelijkheid. Veel sterker nog dan we al dachten.” Hoe wordt de zelfredzaamheid van de lokale gemeenschap bevorderd en gestimuleerd dat vitaal en kwetsbaar weer een meer inclusieve gemeenschap gaan vormen? Nu het NLA ten einde is zal samenwerking tussen belanghouders op een andere manier vormgegeven moeten worden.
    Hoe staat het met de nieuwe invulling van de voormalige verzorgingshuizen. De AWBZ regeling bestaat immers niet meer en de nieuwe WLZ geldt uitsluitend voor verpleeghuizen. Wordt er voldoende rekening gehouden met de huidige bewoners en omwoners bij het ontwikkelen van nieuwe concepten voor het betreffende maatschappelijk vastgoed en worden deze daar ook actief bij betrokken? Volgens de code van brancheorganisatie aedes bestaat hiertoe wel een verplichting, maar voor zover ik kan overzien wordt daar maar amper invulling aan gegeven. Toch lijkt mij ook hier dat de betrokkenheid van bewoners gewenst is om er voor te zorgen dat het in de toekomst niet meer gaat om verblijf in een vanuit een sterk medisch of bedrijfseconomisch perspectief ontworpen vorm van huisvesting maar dat de mensen die er wonen het kunnen gaan beschouwen als hun thuis. We zijn allemaal inwoners van de stad en willen hier ook graag tot in lengte van dagen prettig kunnen leven: Een slimme stad is daarom wat dat betreft ook goed op zijn toekomst voorbereid.

  2. Ik denk dat de bouwvoorschriften een belangrijke rol hier in heeft , (sociale woonvormen)denk bijv.aan de afmetingen van een toilet! toekomstproef en wat te denken aan een bredere trapopgang waar je makkelijk een traplift kunt plaatsen en zo zijn er meer die via wijzigen in het bouwbesluit! te nemen zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.