DSCN4639

Bram breekt in: Goede Buren

Nu de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra (VINEX) tot een einde is gekomen en de laatste vinex-wijken zijn gebouwd, lijkt er niet alleen een einde te zijn gekomen aan een tijdperk maar ook aan een ideologie. Het massale uitrollen van complete wijken is niet alleen economisch moeilijk te realiseren, ook het achterliggende gedachtegoed is niet meer van deze tijd.

Cultuuromslag
Goedkope betaalbare woningen voor het gezin als hoeksteen van de samenleving hebben lange tijd een doel gediend, maar zo halverwege de jaren tien van deze eeuw zijn de woonwensen sterk veranderd. Dat heeft te maken met het feit dat er lang wordt gewacht met het stichten van een gezin en dat bijvoorbeeld het bezit van een auto allang geen vanzelfsprekendheid meer is.

De bouw moet  kleinschaliger omdat het geld op is en het moet duurzamer omdat we onze eigen verantwoordelijkheid moeten nemen. Wat dat betreft biedt de crisis juist allerlei nieuwe mogelijkheden en kan er een gevarieerder idee van woningbouw ontstaan met veel ruimte voor particulier initiatief.

Ontwikkelen, bouwen en een gemeenschap creëren. Het is niet gemakkelijk, maar er zijn steeds meer mensen die het willen. Ik praat erover met Yvonne Geerdink (53) die momenteel met vrienden een project realiseert aan de Oosterkade. Ze staat op het punt naar Tanzania te vertrekken om daar te kijken hoe het ervoor staat met de bouw van een verpleeghuis dat ze samen met anderen ondersteunt. Yvonne is gestopt met haar vaste baan en werkt nu als freelancer. Ze is nog nooit zo druk geweest.

Heft in eigen handen
‘Waar kwam het idee vandaan om zelf voor projectontwikkelaar te spelen?’ Yvonne: ‘We dachten met een groepje vrienden dat het leuk zou zijn om bij elkaar in de buurt te wonen en een aantal collectieve ruimtes te realiseren. Goede buren heb je nodig, dus die kun je dan maar beter zelf uitkiezen. We kunnen dan gezamenlijk problemen te lijf gaan. Mocht zorg aan de orde komen, dan zullen we die ook gezamenlijk gaan organiseren.’

De logeerkamer wordt door de ‘De Buren’ al gekscherend aangeduid als de verpleegkamer. Daar zou eventueel een ‘care-taker’ kunnen inwonen, als er behoefte komt aan verzorging. ‘In de tussentijd zou die logeerkamer ook nog dienst kunnen doen als naai-atelier. We laten dat open en het mooie is dat iedereen het vertrouwen heeft dat het goed komt.’ Het hele ontwikkelproces doet de groep zelf. Daarnaast worden ideeën over de woning uitgewisseld en wordt er nagedacht over welke dingen er zelf gedaan kunnen worden en wat door de aannemers moet worden gedaan. Het sanitair gaan ze bijvoorbeeld zelf doen. ‘We speuren internet af naar een partij wc-potten en zetten die er zelf in. Dat kun je weer van de begroting afstrepen.’

Procesbegeleiding
Yvonne vertelt dat veel mensen dromen van wat vereniging De Buren aan het doen is, maar dat niet iedereen het voor elkaar krijgt. ‘Het belangrijkste bij zo’n gezamenlijk project is vertrouwen. Je moet onafhankelijk genoeg zijn om je afhankelijk op te stellen.’ Ze bedoelt daarmee te zeggen dat je geen moeite moet hebben om bepaalde ruimtes met elkaar te delen. ’We hebben een wasruimte met twee wasmachines en twee drogers. Er komt een werkplaats en een sauna, een bibliotheek en een dakterras. Dat zijn de gezamenlijke ruimtes. Op die manier kunnen de zes appartementen relatief klein gehouden worden.’

Van Yvonne begrijp ik dat de leden van de woongroep heel wat nuttige kwaliteiten in huis hebben. Zij is zelf bouwkundige en andragoog. Ze begeleidt het proces van wat zij noemt ‘samen denken en dromen’. Er is een architect-bouwkundige in het clubje die de projectleiding van het bouwproject doet. Een bouwfysicus heeft zich als installatie-adviseur opgeworpen. ’Ja, en dan hebben we nog een wetenschapsfilosoof in huis en een aantal artsen, een fysiotherapeut, een verpleegkundige en een econoom. Met allemaal een behoorlijke hoeveelheid werk- en levenservaring.’

Als het gebouw er is, dan kan veel vanuit het huis zelf gemaakt worden. In de groep zijn genoeg klussers om in de werkplaats dingen te kunnen maken en repareren. ‘Zelf aan de slag gaan met je woonbehoefte is een uitvloeisel van de participatiesamenleving te noemen. De maatschappelijke trend is dat je voor jezelf moet kunnen zorgen. Nu en op termijn.’

Yvonne denkt dat er veel meer van dit soort gezamenlijke projecten opgestart zullen worden. ‘Vermoedelijk zullen er nieuwe organisaties komen die niet alleen woonwensen kunnen realiseren, maar deze ook kunnen begeleiden in het sociale proces. Uiteindelijk is de vraag, “hoe ga je samenleven?”, heel belangrijk.’

Na anderhalf uur praten nemen we afscheid. Yvonne moet haar koffer nog pakken voor Tanzania en ik rij naar de Oosterkade om een foto te maken van de bouwplaats. Onwillekeurig kijk ik om me heen en speur naar een droomlocatie waar ik zelf een gebouw neer zou willen zetten.  Zelf bouwen is een aanstekelijke gedachte.

Door Bram Esser

In opdracht van Platform GRAS en de gemeente Groningen gaat filosoof en publicist Bram Esser op zoek naar visies, plannen, ervaringen en meningen over het wonen in de stad Groningen. Hij speurt, bezoekt, vraagt en interviewt.

Meer lezen:
http://tegenlicht.vpro.nl/afleveringen/2013-2014/bouw-t-zelf.html
http://www.kuub.info/
http://www.verkeerdgeleverd.nl/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.