Verslag sessie Jongerenhuisvesting, Symposium Wonen in Stad

Met de verwachte stijging in het aantal (internationale) studenten groeit de behoefte naar meer maar vooral ook betere huisvesting voor jongeren. Ook groeit de vraag naar kwaliteit: kwantiteit, kwaliteit en veiligheid lopen gelijk op. De vraag spitst zich vooral toe op betaalbare zelfstandige en semi-zelfstandige woonunits. In de beantwoording van deze vraag ligt er een rol voor de woningcorporaties. De corporaties hebben tegenwoordig echter minder investeringskracht. Een investeringsfonds met woningcorporaties en particuliere investeerders zou wellicht uitkomst kunnen bieden bij de realisering van nieuwe jongerenhuisvesting.

Groningen heeft in het verleden onvoldoende goed gezorgd voor de jongeren. Ze wonen op plekken die daar eigenlijk niet geschikt voor zijn. Om goed en flexibel in te kunnen spelen op de behoefte van deze doelgroep (jongeren) is het van belang dat regels en procedures niet belemmerend werken. Een soepele omgang met bestaande regels is nodig. Zo kan telkens op maat de juiste afweging gemaakt worden. Daarbij is het goed ons voor te houden dat goede jongerenhuisvesting een visitekaartje is voor onze stad.

De 15% norm werkt in de huidige vorm nog niet optimaal. Een aanpassing is nodig zodat flexibeler en genuanceerder naar de samenstelling van  buurten en wijken kan worden gekeken. Maatwerk dus. De 3/4-regeling aanpassen van 4 naar 3 kamers kan een optie zijn. Het zou verder goed zijn wanneer de gemeente een actieve rol op zich neemt waar het gaat om de bewaking van een goede balans in de wijken. Dat kan door beleid te ontwikkelen voor het behoud van gezinswoningen, dit vanwege de druk op de bestaande voorraad.

Gesuggereerd wordt om ook meer naar leefbaarheidscriteria te kijken. Er is behoefte aan strengere eisen voor projectontwikkelaars. Waar moet een woning aan voldoen? Hoe zit het met de kwaliteit? Suggestie is ook om strenger te zijn bij verbouw van bedrijfspanden. Dit kan wellicht voorkomen dat een leegstaande garage niet zomaar kan worden omgebouwd tot een studentenpand.

Waar mogelijk zou een aanpassing van de bestemmingsplannen kunnen helpen. Zo kan voorkomen worden dat nieuwe clusteringen van studentenhuizen ontstaan. Ook de eisen rond woningonderhoud en veiligheid kunnen strenger. Ook zou de scope van de vergunningverlening verbreed kunnen worden, bijvoorbeeld richting  fietsenbergingen. De gemeente Maastricht is in dezen een goed voorbeeld. Tevens wordt  gesuggereerd om huisjesmelkers met een aantoonbaar slechte reputatie uit te sluiten van vergunningverlening.

Voor de Woonvisie zou het goed zijn een onderscheid te maken tussen kort en lang wonen. Zeker voor eerstejaarsstudenten is het raadzaam een aparte studentencampus nader te onderzoeken, natuurlijk inclusief diverse aantrekkelijke voorzieningen en infrastructuur. Ook zou het mogelijk moeten zijn om deze op een aantrekkelijke locatie te bouwen.

Willen we jongerenhuisvesting in deze stad tot een succes maken, dan is een integrale visie nodig die aandacht heeft voor kwaliteit, samenhang en evenwichtige wijken. Als vanzelfsprekend zal deze visie verder moeten kijken dan alleen naar vandaag en morgen. De gemeente kan deze visie met inspraak van wijkbewoners ontwikkelen. Overigens geldt dit niet alleen voor de jongerendoelgroep. Groningen zal ook met zorg en aandacht woningen ‘vrij moeten maken’ voor andere groepen woningzoekenden.

Het Platform voor Stadjers en Studenten mikt op het verbeteren van het onderlinge contact. Het Platform functioneert goed. Via social media en andere digitale communicatievormen kunnen studenten wellicht nog beter bereikt worden. De wijkraden en wijkbesturen willen graag dat meer studenten actief worden binnen deze raden en besturen. Om student en stadjer elkaar beter te laten leren kennen en ondersteunen, zou er een pilot gestart kunnen worden waarbij studenten als vrijwilligers mantelzorg aan stadjers verlenen, bijvoorbeeld in ruil voor studiepunten (‘wijkpunten’) of andere waarderingsvormen.

Corporaties doen er goed aan beter gebruik te maken van de bestaande woningvoorraad en zich niet enkel op nieuwbouw richten. Te denken valt aan verbouw van leegstaande kantoorruimten voor studentenhuisvesting. Een goed beheer is daarna wel noodzakelijk. Hierbij zal ook de lange termijn meegenomen moeten worden; de flexibele mogelijkheid om in de toekomst een jongerenwoning bijvoorbeeld eenvoudig om te bouwen naar een seniorenwoning, passend bij de behoeften van dat moment.

Overlast van studenten verdient aandacht. Een betere isolatie van woningen die van oudsher gebouwd zijn voor gezinnen en niet zijn ingericht op kamerbewoning is een optie. Het Bouwbesluit bemoeilijkt dit nog. Ook dient bij studenten het besef te groeien dat je met elkaar samenleeft in een wijk en rekening met elkaar houdt. Wellicht dat de gemeente particuliere verhuurders  kan aansporen hun studentenhuurders actiever aan te spreken op eventueel wangedrag. Ter nuancering wordt ingebracht dat corporaties zelden overlastmeldingen krijgen over studenten; studenten blijken vooral last van elkáár te hebben. Naar verhouding valt de overlast dus wel mee, uitzonderingen daargelaten.

Tot slot wordt aangegeven dat buitenlandse studenten behoefte hebben aan betere informatie over goede huisvesting en de Nederlandse wet- en regelgeving ten aanzien van huisvesting. Wellicht kan dit via een aparte website.

 

 

Een gedachte over “Verslag sessie Jongerenhuisvesting, Symposium Wonen in Stad

  1. Groningen heeft meer dan 50.000 studenten en 35 000 daarvan wonen in de stad. Dat zijn, zoals we dat noemen, “bestaande situaties”. Aan die situaties kan, in juridische zin, niets gedaan worden. Dat is de mening van de gemeente. Ze zit gevangen in de strikken van huisjesmelkers en private verhuurders. De woonvisie gaat dus in feite alleen maar over toekomstige situaties. Het voorkomen van nog meer onleefbare straten.
    Om aan de bestaande situaties wel iets te doen zijn er twee oplossingen. Minder studenten of bouwen, en nog eens bouwen. Willen we als studentenstad niet langzaam verdampen, dan is bouwen de enige realistische oplossing, zodat ouderen, gezinnen en starters ook weer plek kunnen vinden. De leefbaarheid herstelt niet zonder voldoende diversiteit.

    Natuurlijk moeten stadjers en studenten met elkaar in contact komen. Dat heeft echter pas echt zin als we de grote problemen hebben opgelost.

    Het inschakelen van studenten bij allerlei activiteiten is alleen realistisch als er iets tegenover staat, en terecht. En zelfs dat helpt in z’n algemeenheid niet, of steeds minder, omdat door allerlei veranderingen, zoals het sociale leenstelsel, de student zich tijdverlies en een grotere studieschuld niet kan veroorloven.

    Onze grootste zorg is echter dat er aan de bestaande situaties niets gedaan kan worden. We hopen dat de gemeente zich realiseert wat ze in dat geval te doen heeft.

    Herman Tebbes
    (Vz. platform-leefbarewijken.groningen.nl)

    http://www.platform-leefbarewijken-groningen.nl

Reacties zijn gesloten.